Een uitwegvergunning kan op grond van artikel 2:12, tweede lid, sub a APV worden geweigerd ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg. De weg moet voor anderen veilig te gebruiken blijven. Dit houdt in dat een omgevingsvergunning voor een uitweg wordt geweigerd in de volgende gevallen:
**a..** Wanneer er niet voldaan kan worden aan de bij de op het moment van de behandeling zijnde aanvraag omgevingsvergunning geldende richtlijnen van het CROW; Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom (ASVV);
**b..** Op een onoverzichtelijke locatie. Dit is aan de orde bij een beperking van zichthoeken (bijvoorbeeld bij hellingen, bochten, kruisingen, hoge beplanting of hoge erfafscheidingen) of als de zichtafstand van een naderend voertuig op het conflictvlak minder is dan de stopafstand van het verkeer (reactieafstand + remweg);
**c..** Op een locatie waar de doorstroming van het verkeer in ernstige mate wordt geremd. Dat kan zich voordoen als de weg waar de uitrit op uitkomt relatief veel verkeersbewegingen kent (hoge intensiteit) en/ of er een relatief hoge snelheid is toegestaan (bij wegen met een maximum toegestane snelheid van 50 km/u of meer, op gebiedsontsluitingswegen en op wegen die deel uitmaken van de hoofdwegenstructuur moet aangetoond worden dat de uitweg geen nadelig effect heeft op de verkeersveiligheid en/of de doorstroming van het verkeer);
**d..** Binnen een afstand van 5 meter nabij een kruising, rotonde, voetgangersoversteekplaats, bij splitsing van wegen (ook voet- en fietspad) en bij opstelstroken en voorsorteervakken;
**e..** Binnen een afstand van 50 meter van een verkeersregelinstallatie;
**f..** Op een locatie waar de aanliggende rijbaan van de weg zodanig smal is dat de inrit wegens te beperkte manoeuvreerruimte met een personenauto niet direct kan worden ingereden;
**g..** Op een locatie waar de inrit op een fiets- en/ of voetpad uitkomt en dat pad in lengterichting moet worden bereden om de openbare weg te bereiken;
**h..** Op een locatie waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto op het eigen erf minder is dan 2,5 meter breed en 5 meter diep. Het voertuig mag niet overhangen over openbaar terrein en er dient ten aller tijde een minimale afstand van de voordeur bewaard te worden van 90 cm in verband met de vluchtroute tijdens calamiteiten;
**i..** Als de aangevraagde uitrit op een locatie voorzien is waar straatmeubilair aanwezig is en waarbij het niet mogelijk is deze te verplaatsen of elders te compenseren;
**j..** Als de aangevraagde uitrit op een locatie voorzien is waarbij de fysieke afscheiding tussen voet- en fietspad en hoofdrijbaan wordt doorbroken. Dit kan mogelijk voetgangers en fietsers uitnodigen om over te steken op ongewenste/onveilige locaties, waardoor er ongewenste en/ of onveilige oversteeklocaties ontstaan voor voetgangers en fietsers.
Artikel 7
Weigeringsgrond ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg
Onderdeel van Beleidsregels uitwegen (omgevingsvergunning) gemeente Steenbergen.