Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Ontstaansgeschiedenis West-Friesland

Onderdeel van Beeldkwaliteitsplan ontwikkeling erven Wagenweg

West-Friesland is ontstaan uit grote hoeveelheden sediment (getijdebekken) met opslibbing van zand en klei uit zee. Vanaf de IJzertijd vernatte het gebied (veenontwikkeling). Rond Schagen en in het Geestmerambacht werden in de 8e of 9e eeuw veenontginningen gestart. Parellel aan bestaande veenrivieren werden in het veen sloten voor ontwatering gegraven. De meeste nederzettingen in de veengebieden kregen de vorm van langgerekte linten. De ontginning leidde tot bodemdalingen en door erosie ontstonden verschillende binnenmeren, zoals de Heerhugowaard (moerasgebied), het Diepsmeer en het Daalmeer. Vanaf de 11e eeuw begon men met de aanleg van dijken om de veenontginningen tegen zee-inbraken te beschermen. Vanaf tweede helft 13e eeuw vormden de verschillende dijken één geheel: de Westfriese Omringdijk. Het Geestmerambacht is in de loop van de eeuwen door maaivelddaling, stijging van de zeespiegel en het voortdurend uitbaggeren van de sloten verworden tot een gebied met veel water en maar weinig land, waarbij de percelen werden ontsloten via het water. De omgeving van de Langedijk werd daarom wel ‘Het Rijk der Duizend Eilanden’ genoemd. Na de ruilverkaveling van de jaren ‘60 en ‘70 veranderde het landschap drastisch met een drooggelegd rationeel verkavelings- en wegenpatroon en een nieuw aangelegd recreatiegebied Geestmerambacht. Waterlopen werden rechtgetrokken of verdwenen, kleinere kavels werden samengevoegd en herverdeeld en landschapselementen (bijvoorbeeld beplanting) verdwenen. Kaart uit leidraad, mozaiëkachtig landschap bron: Leidraad Landschap en cultuurhistorie provincie Noord-Holland Kaart 1900 met zeer herkenbaar in het landschap de diepsmeerpolder bron: Topotijdreis Kaart AHN met NAP hoogten bron: Actueel Hoogtebestand Nederland

Rechtspraak bij dit artikel