Bij de locatiebepaling van de laadinfrastructuur hanteert de gemeente Vlissingen de volgende criteria:
Laadpaal is getoetst aan de “Ladder van laden” paragraaf 2.2;
Elektriciteitsnet: laadpalen worden waar mogelijk binnen 25 meter van het elektriciteitsnet (laagspanningsnet) gerealiseerd. Dit in verband met de meerkosten voor kabels die langer dan 25 meter zijn. Daarnaast wordt er rekening gehouden met voldoende ruimte voor de realisatie van ondersteunende hardware bij grotere aansluitingen zoals de transformator en omvormers;
Bestaand parkeervak: laadpalen worden waar mogelijk gerealiseerd bij bestaande parkeerplaatsen;
Eigendom ondergrond: de ondergrond is in eigendom van de gemeente;
Plaatsing laadpaal: de laadpaal wordt op de raaklijn met de aangrenzende parkeervak(ken) geplaatst zodat (in de toekomst) eenvoudig twee (of meer) elektrische auto’s tegelijk kunnen laden;
Belemmering voorkomen: de doorgang van het trottoir moet na plaatsing van laadpunt en bebording minimaal 90 cm en bij voorkeur meer dan 120 cm bedragen. Ook wordt er niet geplaatst op de smalle uitstapstrook tussen parkeerplaats en fietspad;
De laadpaal vormt geen belemmering voor het gebruik, beheer en/of onderhoud van de openbare ruimte rondom de laadpaal;
Er zijn geen belemmeringen ten aanzien van ander straatmeubilair;
Groene openbare ruimte: parkeerplaatsen van laadpleinen mogen niet ten koste gaan van bestaande groene, openbare ruimte;
Concentratie: het clusteren van laadpalen heeft altijd de voorkeur boven losse laadpalen in de openbare ruimte. Het cluster wordt gerealiseerd bij de ingangen van woonbuurten;
Monumenten: plaatsing voor monumenten wordt zoveel mogelijk vermeden, maar kan mogelijk worden gemaakt met maatwerk. Inpassing in straatmeubilair en ondergrondse laadpunten heeft op deze locaties de voorkeur;
Niet voor de deur van de aanvrager: bij voorkeur wordt een laadpaal niet op het parkeervak voor de deur van de aanvrager geplaatst, om te voorkomen dat aanvrager en omwonenden het laadpunt ervaren als ‘eigen’;
Plaatsing geschiedt niet in winkelstraten;
Plaatsing van laadpalen geschiedt zo veel mogelijk aan de randen van buurten en wijken.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.1
Locatievoorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels Openbare Laadinfrastructuur 2024