Zoals gezegd is het de taak van het Sociaal Team om te waarborgen dat de ondersteuning die de inwoner vanuit een pgb wil inkopen van goede kwaliteit is. Wanneer de inwoner ondersteuning wil inkopen bij een persoon uit zijn sociaal netwerk noemen we dat informele hulp. Hierbij is er een verhoogd risico op belangenverstrengeling.
Bovendien is een persoon uit het sociaal netwerk vaak niet specifiek gekwalificeerd om deze ondersteuning te bieden. Het Sociaal Team is om deze twee redenen extra kritisch bij haar toets op de kwaliteit van de ondersteuning geboden door een persoon uit het sociaal netwerk.
Het Sociaal Team stelt in aanvulling op artikel 4.2, vijfde lid de volgende kwaliteitseisen aan ondersteuning die geboden wordt door een hulpverlener uit het sociaal netwerk van de inwoner:
de hulpverlener voldoet aan de basiskwaliteitseisen zoals geformuleerd in paragraaf 4.4.2.
de hulpverlener heeft de in relatie tot de behoeften, persoonskenmerken en de ondersteuningsvraag van de inwoner benodigde expertise en ervaring.
de ondersteuning vanuit het sociaal netwerk is beter, meer effectief en doelmatiger dan ondersteuning door een professionele aanbieder.
de hulpverlener uit het sociaal netwerk is voldoende op de hoogte van de verantwoordelijkheden die aan het bieden van de ondersteuning verbonden zijn.
Het Sociaal Team neemt de kwaliteitseisen die zij stelt aan professionele zorgverleners als uitgangspunt bij haar toets of de hulpverlener over de benodigde expertise en ervaring beschikt, evenals of de ondersteuning meer effectief en doelmatiger is dan professionele ondersteuning. Zie paragraaf 4.4.3.
Afwegingskader informele hulp vanuit de Jeugdwet
Gemeenten hoeven geen jeugdhulp in te zetten als de jeugdige of ouders de problemen zelf kunnen oplossen, zo is dat geregeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Oftewel zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (eigen kracht) van de ouder(s) of jeugdige toereikend zijn. De eigen kracht staat dus voorop, maar als zij er zelf niet uitkomen moet de gemeente hulp bieden, zo ver er sprake van een jeugdhulp vraag is.
Allereerst wordt uitgegaan van de eigen kracht van de jeugdige en diens sociale netwerk. Ook als de hulp meer vraagt dan gemiddeld wordt verwacht, kan het zijn dat ouders of het informele netwerk voldoende draagkracht hebben om deze hulp zelf te bieden en valt dit onder de ‘eigen kracht’. De wettelijke mogelijkheid van een informeel PGB is slechts bedoeld voor gevallen waarin deze hulp aantoonbaar leidt tot een beter en effectievere ondersteuning, die ook aantoonbaar doelmatiger is.
Informele hulp vanuit het netwerk op basis van een PGB
De kwaliteit van de ondersteuning die via een pgb ingekocht wordt bij een persoon uit het sociaal netwerk dient te worden gewogen. Dat doet het Sociaal Team door te onderzoeken of dit tot gelijkwaardig of beter resultaat leidt in vergelijking tot de inzet van een professional. Indien nodig kan hierover advies gevraagd worden via een externe deskundige.
Het betreft veelal ondersteuning met een infrequente noodzaak verspreid over de dag en/of onplanbare zorg en/of zeer korte zorgmomenten die voor een professional lastig te bieden zijn (bijv. omdat ze gedurende de nacht plaatvinden). In de praktijk gaat het hier om persoonlijke verzorging en begeleiding bij algemene dagelijkse levensverrichtingen die niets leeftijdsadequaat zijn. Bijvoorbeeld nachtelijke verzorging, intensieve zorg bij het wassen, ondersteuning toiletbezoek, lichamelijke hygiëne, etc. aan kinderen die dit normaliter zelfstandig zouden kunnen.
Personen uit het netwerk kunnen de noodzakelijke handelingen aanvankelijk niet altijd zelf uitvoeren en moeten deze in dat geval aangeleerd krijgen van een professional.
Oftewel er is een bepaalde mate van complexiteit. Als de persoon uit het sociaal netwerk die complexe vorm van hulp kan bieden, is het mogelijk het pgb toe te kennen.
Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional. Denk aan een GGZ behandeling.
Het Sociaal Team werkt volgens de beroepsrichtlijn Jeugd ‘Samen met ouders en jeugdige beslissen over passende hulp’ (Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming) voor de jeugdprofessional. Met dit laatste is het verkennen en mobiliseren van het sociaal netwerk rond het gezin een onderdeel.
Geen toekenning Individuele Begeleiding (Wmo) en Behandeling enBegeleiding Zwaar (Jeugdhulp)
Het Sociaal Team is van mening dat bij de maatwerkvoorzieningen Wmo individuele begeleiding type ontwikkelen en/of de verzwarende omstandigheden + en/of ++ en de maatwerkvoorzieningen jeugdhulp ‘Behandeling’ en ‘Begeleiding Zwaar’, alleen sprake kan zijn van een goede kwaliteit van de ondersteuning wanneer de hulpverlener naar het oordeel van het Lokaal Team:
beschikt over de benodigde specialistische kennis, vaardigheden en ervaring,
werkt aan de hand van effectief bewezen methoden én
volledig onafhankelijk en objectief kan handelen.
Dit, gezien de complexe aard en/of zwaarte van de problematiek waarvoor deze maatwerkvoorzieningen in natura worden toegekend.
Zoals in de verordening is opgenomen zal het Sociaal Team (BSL), wanneer er professionele hulpverlening nodig is, geen ondersteuning in de vorm van een pgb voor ondersteuning uit het sociaal netwerk toekennen.
Duur van de toekenning en combinatiemogelijkheid
Wanneer het Sociaal Team twijfelt of de ondersteuning door iemand uit het sociaal netwerk van goede kwaliteit is, kan zij besluiten om een pgb eerst voor een korte duur toe te kennen. Na deze periode wordt de kwaliteit opnieuw getoetst en volgt een nieuw besluit. Ook kan het Sociaal Team bij lichte twijfel met de inwoner de mogelijkheid bespreken om de ondersteuning deels bij iemand uit het sociaal netwerk in te kopen en deels bij of onder toezicht van een professionele zorgverlener. Het is immers denkbaar dat bepaalde vormen van ondersteuning/ handelingen, na een periode van instructie/toezicht door een professional, zelfstandig uitgevoerd kunnen worden door een persoon die daarvoor oorspronkelijk niet is opgeleid.
Ondersteuning geboden door huisgenoten
Op basis van recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), kan de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en opvoeders een cruciale rol spelen bij de toekenning van een persoonsgebonden budget (pgb). Van ouders/opvoeders wordt verwacht dat zij in de verzorging en opvoeding van hun kinderen ook bovengebruikelijke zorg leveren, voor zover dit redelijkerwijs van hen kan worden verlangd en dit geen overmatige belasting of financiële problemen oplevert.
Wanneer het Sociaal Team na haar toets een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb toekent voor ondersteuning door een huisgenoot, moet deze ondersteuning zich beperken tot zorg die de gebruikelijke hulp overstijgt. Hierbij wordt rekening gehouden met de richtlijnen zoals vermeld in bijlage 3 ("Behoeften en vaardigheden van een kind zonder beperking per levensfase en -gebied") en bijlage 4 ("Richtlijn bovengebruikelijke tijdsinvestering voor handelingen van persoonlijke verzorging bij jeugdigen"). Deze bijlagen bieden handvatten om te bepalen wat als gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp kan worden beschouwd.
Bij de beoordeling houdt het Socitaal Team onder andere rekening met de leeftijd van het kind, de mate van zorg en begeleiding die gebruikelijk is voor kinderen zonder beperkingen, en de ondersteuningsintensiteit die het kind daadwerkelijk nodig heeft.
Als bovengebruikelijke hulp vereist is, moeten ouders in eerste instantie deze hulp bieden, tenzij zij door (dreigende) overbelasting daartoe niet in staat zijn. Het Sociaal Team maakt daarbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties. Bij kortdurende situaties, van maximaal drie maanden, wordt van ouders verwacht dat zij de bovengebruikelijke zorg zelf op zich nemen. Bij langdurige situaties, waarin structureel meer zorg nodig is, zal het Sociaal Team zorgvuldig toetsen of van de ouders redelijkerwijs verwacht kan worden dat zij deze intensieve hulp blijven bieden. In die beoordeling worden onder andere de gezondheid van de ouders, hun sociale verplichtingen, de woonsituatie en de mogelijkheden van het sociale netwerk meegewogen.
Wanneer uit deze beoordeling blijkt dat de ouders overbelast dreigen te raken of dat de benodigde zorg de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen overstijgt, kan een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb worden toegekend. Het pgb dekt dan uitsluitend de zorg die de gebruikelijke hulp overstijgt, in lijn met de richtlijnen uit de beleidsregels.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.4
Artikel 4.4.4
Kwaliteitseisen informele hulp
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning & Jeugdwet gemeente Lopik