Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.9

Mantelzorgwoning

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning & Jeugdwet gemeente Lopik

Bij een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat het college uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst. Daarbij is het uitgangspunt dat de uitgaven die de inwoner had aan de mantelzorg in de eigen woning, aan het wonen in de mantelzorgwoning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten voor nutsvoorzieningen, verzekeringen etc. Met die middelen kan een mantelzorgwoning gehuurd worden. Ook kunnen deze middelen besteed worden aan een lening of hypotheek voor de (gedeeltelijke) financiering van een mantelzorgwoning. De gemeente kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de benodigde vergunningen op het gebied van de ruimtelijke ordening. Voor inwoners woonachtig in een mantelzorgwoning geldt dat zij in principe geen aanspraak kunnen maken op huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo. Het uitgangspunt bij het bewonen van een mantelzorgwoning is dat het directe netwerk, bestaande uit mantelzorgers, zorg en ondersteuning biedt. Hierdoor wordt verondersteld dat de noodzakelijke huishoudelijke hulp door deze mantelzorgers wordt geleverd, en dat extra huishoudelijke ondersteuning via de Wmo overbodig is. Mochten er uitzonderlijke situaties zijn waarbij deze veronderstelling niet opgaat, dan kunnen inwoners een verzoek indienen voor een individuele beoordeling van hun situatie.

Rechtspraak bij dit artikel