Aan de directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied, en diens door hem aan te wijzen vervanger, mandaat te verlenen voor de volgende artikelen van de Regionale havenverordening Noordzeekanaalgebied 2023:
- - artikel 1.6: het weigeren, wijzigen of intrekken van een toestemming (*zie verder artikelen 8 en 11).
- - artikel 1.9: het verlenen en weigeren van ontheffing en vrijstelling van geboden en verboden.
- - artikel 1.10: doorgeven van verplicht gestelde melding, vindt plaats op een door de directeur aangegeven wijze of tijdstip, waarbij de directeur tevens de door hem te geven gegevens kan bepalen.
- - artikel 3.10: vaststellen gegevens en categorie zeeschepen, die gemeld moeten worden aan de directeur.
- - artikel 3.12: nemen van maatregelen In het kader van veiligheids-, ordenings- of milieubelangen aan schepen.
- - artikel 3.14: het verlenen of weigeren van erkenning van bootliedenorganisatie.
- - artikel 4.3: het opleggen van een verbod of het geven van een aanwijzing aan een schip dat gevaar, schade of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken.
- - artikel 4.7, onder c: het vaststellen van een plan van aanpak voor operationele en nautische afwikkeling ten aanzien van schip dat is ontsmet.
- - artikel 4.8: het verlenen of weigeren van vergunning om scheepsafval en ladingresiduen van zeeschepen in ontvangst te nemen.
- - artikel 4.9: het stellen van minimumeisen aan vergunninghouder van vergunning als bedoeld in artikel 4.8.
- - artikel 4.10: het verlenen of weigeren van een vergunning voor mobiele ontgasvoorziening.
- - artikel 4.11, zesde lid: het stellen van nadere regels omtrent het beperken of verbieden van schoonmaken of ventileren van buiten inrichtingen.
- - artikel 5.6, eerste lid, onder a: het vaststellen formulier ‘verklaring gasdeskundige’.
- - artikel 8.1, eerste lid: het verlenen of weigeren van een bunkervergunning.
- - artikel 8.1, derde lid: het aanwijzen van brandstoffen die niet gedebunkerd mogen worden.
- - artikel 8.2: het stellen van minimumeisen bunkervergunning en vergunninghouder.
- - artikel 8.3, eerste lid: het vaststellen aanvraagformulier vergunning als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid en bepalen of aanvullende gegevens moeten worden overgelegd.
- - artikel 8.3, tweede lid: het bepalen dat voor bepaalde brandstoffen of energiebronnen bij het aanvragen van een vergunning aanvullende gegevens moeten worden overgelegd, welke gegevens samenhangen met het houden van een audit voor bunker- of debunkeractiviteiten die bedrijf uitvoert.
- - artikel 8.4: het aanwijzen van brandstoffen of energiebronnen waaraan beperkingen zijn gesteld.
- - artikel 8.5, eerste lid: aanwijzing hulpstoffen die alleen met een vergunning van of aan boord van een schip mogen worden gebracht.
- - artikel 8.5 derde lid: verlenen of weigeren hulpstoffenvergunning.
- - artikel 8.6, eerste en tweede lid: het bepalen dat voor bepaalde brandstoffen of energiebronnen bij het aanvragen van een vergunning een aanvraagformulier moet worden gebruikt met gegevens, die samenhangen met een audit voor bunker- of debunkeractiviteiten die het bedrijf uitvoert.
- - artikel 8.7, eerste lid: het vaststellen controlelijst voor het bunkeren of debunkeren van bepaalde door het college aan te hulpstoffen.
- - artikel 8.7, tweede lid: het aanwijzen brandstoffen en energiebronnen alsmede hulpstoffen waarvoor een controlelijst nodig is voor het bunkeren of debunkeren.
- - artikel 8.8: het vaststellen van voorschriften voor de seinvoering of minimale passeerafstand voor schepen die brandstoffen of andere energiebronnen bunkeren.