Bij het beoordelen van:
ruimtelijke initiatieven en plannen van veehouderijen met dieren waar een geuremissiefactor is vastgesteld en er sprake is van uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijven, en;
ruimtelijke initiatieven en plannen waar er sprake is van een nieuw voor geurhinder gevoelig object zoals aangeduid in artikel 3.
wordt als vertaling van het criterium ‘een aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ voor het aspect achtergrondbelasting geur uit stallen van veehouderijen, onderstaande waarden gehanteerd:
Toetswaarde Achtergrondbelasting
(Ou’s, cumulatief, 98-percentiel)
Deelgebied A
Woongebied, plangebied wonen, landelijke kern
Deelgebied B
Bedrijventerrein Greenport Venlo
Ontwikkelingsgebied intensieve veehouderij
Overige bedrijventerreinen en buitengebied
Voldoende
< 10
< 20
Onvoldoende
> 10
> 20
Voor de aanduiding van de begrenzing van de deelgebieden wordt verwezen naar de bij deze beleidsregel horende normenkaart geurverordening 2024.
Artikel 4
Toetswaarden achtergrondbelasting geur
Onderdeel van Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder 2024 Horst aan de Maas