Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 30

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Jeugd en Wmo Midden-Holland 2024

1.. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting voor het volgende kalenderjaar en een meerjarenraming op voor de drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2.. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de toelichting daarop voor 30 april toe aan de raden van de gemeenten. 3.. De raden van de gemeenten kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun zienswijze over die begroting bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze. 4.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling door het algemeen bestuur, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en aan gedeputeerde staten van Zuid-Holland. 5.. In gevallen, dit ter beoordeling van het algemeen bestuur, kan een wijziging van de begroting die geen verhoging tot gevolg heeft van begrote deelnemersbijdragen voor het betreffende begrotingsjaar worden vastgesteld door het algemeen bestuur zonder dat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen geven. Van de vaststelling door het algemeen bestuur van een dergelijke begrotingswijziging wordt mededeling gedaan aan de deelnemende gemeenten. 6.. Het algemeen bestuur stuurt aan de raden tweemaal per jaar een tussenrapportage, gebaseerd op de begroting met een toelichting op de voortgang van de realisatie van de doelstellingen en een toelichting op de afwijkingen.

Rechtspraak bij dit artikel