Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.3

Bovenwijkse voorzieningen

Onderdeel van Nota kostenverhaal 2023

Naast direct aan een initiatief toerekenbare kosten kunnen ook kosten worden verhaald die een plan overstijgen, zoals kosten voor bovenwijkse voorzieningen. Dit zijn de kosten van werken, maatregelen en voorzieningen die ook van belang zijn voor andere exploitatiegebieden en/of bestaande wijken. Denk hierbij aan de kosten voor de aanleg van een verbindingsweg tussen twee wijken, de aanleg van een wijkpark waar meerdere wijken of buurten gebruik van maken of voorzieningen waar de hele gemeente baat bij heeft, zoals ecologische zones. Wanneer we een exploitatieplan vaststellen, zijn we wettelijk verplicht om rekening te houden met de criteria PTP: profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Dit houdt in dat we voor alle kosten nader bekijken of een initiatief hier baat bij heeft (profijt), deze kosten gemaakt moeten worden (mede) door dat initiatief (toerekenbaarheid) en in welke mate we de kosten verdelen over dat initiatief, andere initiatieven en de bestaande bebouwing (proportionaliteit). In anterieure overeenkomsten bestaat meer flexibiliteit en hoeft geen rekening te worden gehouden met deze criteria. Gelet op de aard van bovenwijkse voorzieningen, is een scherpe scheidslijn in de toedeling van de investeringsprojecten tussen de bestaande woningen en bebouwing en nieuwe projecten nauwelijks te trekken. In de Structuurvisie zijn de aanleg van HOV en het GVVP genoemd als bovenwijkse investeringen die een bijdrage zouden kunnen ontvangen uit een in te stellen mobiliteits- of infrastructuurfonds. Een overzicht van de op dit moment bekende investeringen voor het HOV en GVVP is opgenomen in bijlage 2. Dit overzicht van investeringen en de geraamde kosten dienen tenminste eenmaal per jaar te worden geactualiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel