Naar hoofdinhoud
1.. Het college honoreert aanvragen voor subsidies in de vorm van een subsidieverlening. 2.. Subsidieverlening vindt plaats voor de periode 1 januari tot en met 31 december 2025. 3.. Voor de categorieën activiteiten worden maandelijkse subsidievoorschotten verstrekt. De verleende voorschotten worden na afloop van het jaar definitief verrekend met de werkelijke deelname. 4.. Bij verdeling van de subsidie is uitgangspunt dat continuïteit wordt geboden aan de peuters met een peuterplek in het jaar voorafgaand aan de aanvraag. 5.. De hoogte van de subsidie per kindplaats heeft uitsluitend betrekking op de kosten die resteren na aftrek van bijdragen van ouders en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor: het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige en veilige voorschoolse educatie voor vve-geïndiceerde peuters of/en het zorgen voor kwalitatief hoogwaardige peuteropvang voor niet VVE-geïndiceerde peuters waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. 6.. De aanvrager van de subsidie factureert en int de ouderbijdrage zoals vastgesteld door het college en is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage. 7.. Ouders zonder recht op toeslag die in aanmerking willen komen voor gemeentelijke toeslag dienen aan de aanvraag bij de aanbieder een ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’, recente loonstrook, uitkeringsspecificatie of een inkomensverklaring (voorheen IB60 formulier) van de belastingdienst toe te voegen. De hoogte van het inkomens is nodig voor het bepalen van de ouderbijdrage die in rekening wordt gebracht. Indien ouders weigeren de benodigde documenten aan te leveren komen ze in de hoogste categorie aan ouderbijdragen. 8.. Ouders zijn te allen tijde verantwoordelijk voor een volledige en correcte aanvraag voor een kindplaats.

Rechtspraak bij dit artikel