Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1.

Algemeen

Onderdeel van Standplaatsenbeleid gemeente Aalten 2024 (inclusief eerste wijziging)

In de openbare ruimte in de gemeente Aalten zijn op meerdere locaties standplaatsen voor ambulante handel gevestigd. De standplaatsen worden op één of meerdere dagdelen per week gebruikt door verkoopinrichtingen die producten, zoals vis, kaas, groente en/of fruit, verkopen. Deze ambulante handel voorziet in een behoefte. Daarnaast brengt het ook de nodige levendigheid en is het een verrijking van het voorzieningenaanbod. Het gemeentelijk beleid is er dan ook op gericht om ruimte te bieden aan deze vorm van detailhandel. Op grond van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv) van de gemeente Aalten is het verboden om zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Om onevenredige aantasting van de voorzieningenstructuur te voorkomen en om overlast, zoals parkeren, verkeer, stank, hinder en/of uitzicht, te voorkomen c.q. beperken zijn standplaatsen onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Het college kan een vergunning verlenen voor het innemen van een standplaats. Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan het college de uitoefening van deze bevoegdheid regelen door beleidsregels vast te stellen. De gemeente Aalten heeft nog niet eerder een standplaatsenbeleid gehad. Het college voelt de behoefte om nadere regels te stellen aan artikel 5:18 Apv. Dit met het oog op de regels voor standplaatsen vanuit de Europese Dienstenrichtlijn. Uit de meest recente jurisprudentie volgt dat standplaatsen schaarse vergunningen zijn en dat moet worden voldaan aan de Europese Dienstenrichtlijn. Deze bepalingen zorgen onder meer voor gelijke kansen op standplaatsvergunningen. In de regels van de Europese Dienstenrichtlijn is onder andere bepaald dat standplaatsen niet meer voor onbeperkte tijd verleend mogen worden. Het college verleende voor inwerkingtreding van het onderhavige beleid vaste standplaatsvergunningen voor onbepaalde tijd. Uit onderzoek van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH) en van SEO Economische Onderzoek (in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat) is gebleken dat voor de ondernemers die zich met name met voedsel bezighouden de geldigheidsduur van 5 jaar geen passende terugverdientijd is. Verder heeft ook de Raad van State in haar uitspraak van 21 juli 2021 geoordeeld dat een geldigheidsduur van 5 jaar onvoldoende is onderbouwd1ECLI:NL:RVS:2021:1588, Raad van State van 21 juli 2021.. Het terugverdienen van de investering wordt door de Europese Dienstenrichtlijn als voorwaarde gesteld aan de duur van een verleende vergunning. Een specifieke geldigheidsduur wordt echter niet voorgeschreven. Met het oog op de implementatie van de regels van de Europese Dienstenrichtlijn met betrekking tot de huidige regels van standplaatsen in de gemeente Aalten, is ervoor gekozen om een standplaatsenbeleid op te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel