Naar hoofdinhoud
1.. De bestuurlijke boete kan worden opgelegd bij constatering van één van de in artikel 18.12 van de Omgevingswet genoemde overtredingen, tenzij feiten en omstandigheden tot het oordeel leiden dat de betreffende overtreder geen verwijt kan worden gemaakt. 2.. In alle gevallen wordt naast een bestuurlijke boete ook een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang opgelegd (herstel van de overtreding blijft vereist). 3.. De last onder dwangsom/last onder bestuursdwang en de bestuurlijke boete worden opgelegd aan een overtreder van artikel 4.1, lid 1, en artikel 4.3, lid 1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. De overtreder hoeft niet de eigenaar te zijn. 4.. De last onder dwangsom/last onder bestuursdwang en de bestuurlijke boete worden ook opgelegd als de overtreding betrekking heeft op een ander pand dan waarop de eerdere overtreding betrekking had. Degene(n) ten aanzien van wie een overtreding in het ene pand is geconstateerd, kan bij een volgende overtreding in een ander pand dus direct wederom geconfronteerd worden met een bestuurlijke boete. 5.. Bij een overtreding van artikel 4.1, lid 1, dan wel artikel 4.3, lid 1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet kan er sprake zijn van een keten van overtreders: van verhuurders, beheerders, tussenpersonen tot de eigenaar/eigenaren. Meerdere overtreders kunnen worden geconfronteerd met een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang en met een bestuurlijke boete. 6.. Wanneer bij de eerste overtreding meerdere gebreken worden geconstateerd, gelden deze alle gezamenlijk ‘eerste overtreding’. Wanneer bij controle de eerste overtreding niet hersteld is, is geen sprake van een tweede overtreding, maar van het continueren van de eerste overtreding. 7.. Een hogere bestuurlijke boete wordt opgelegd wanneer: De overtreding gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid of gevaar voor de gezondheid of veiligheid; of Er sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel