Naar hoofdinhoud
1.. Bij het opleggen van de bestuurlijke boete wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatig en niet- bedrijfsmatig. Bij de eerste overtreding(en) waarbij geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie ontvangt de overtreder een vooraankondiging met het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang en daarnaast de waarschuwing dat bij een tweede overtreding (in het geval van overtreding van artikel 4.1, lid 1, dan wel artikel 4.3, lid 1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet) naast een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang ook een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Als de overtreder (geen bedrijfsmatige exploitant) binnen twee jaar na constatering van de eerste overtreding(en) opnieuw één of meerdere overtredingen van artikel 4.1, lid 1, dan wel artikel 4.3, lid 1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in hetzelfde of in een ander pand begaat, kan naast de last onder dwangsom/last onder bestuursdwang ook een bestuurlijke boete worden opgelegd. Bij de eerste overtreding(en) waarbij wel sprake is van bedrijfsmatige exploitatie ontvangt de overtreder een vooraankondiging met het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang en daarnaast het voornemen tot het opleggen een bestuurlijke boete. Tevens waarschuwt het college dat bij een tweede overtreding (in het geval van overtreding van artikel 4.1, lid 1, dan wel artikel 4.3, lid 1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet) een hogere bestuurlijke boete kan worden opgelegd. 2.. De overtreder kan op deze brief zijn zienswijze (mondeling of schriftelijk) geven. Als geen zienswijze wordt ingediend of als de zienswijze geen aanleiding geeft het voorgenomen besluit te herzien, kan zowel de last onder dwangsom/last onder bestuursdwang als de bestuurlijke boete (indien van toepassing) worden opgelegd aan de overtreder. Op het moment dat de toezichthouder na de gegeven begunstigingstermijn constateert dat de gebreken niet zijn verholpen, wordt de dwangsom verbeurd. De bestuurlijke boete is direct invorderbaar. 3.. Bij de derde overtreding kan beheerovername worden ingezet. Het bevoegd gezag stelt een kostendekkende beheervergoeding vast die de overtreder verschuldigd is ten behoeve van het beheer. De beheervergoeding wordt betaald aan de door het college aangestelde beheerder. De eigenaar of degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van het betreffende gebouw, open erf of terrein kan gedurende de beheerovername geen beheerhandelingen verrichten. 4.. In het geval dat het college overgaat tot sluiting zoals bedoeld in artikel 5, wordt de eigenaar of degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van het betreffende gebouw, open erf of terrein schriftelijk geïnformeerd over het voornemen het pand te sluiten. Daarbij wordt deze in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze (mondeling of schriftelijk) in te dienen. De termijn daarvoor bedraagt twee weken. Als de zienswijze geen aanleiding geeft tot een ander oordeel zal het sluitingsbesluit volgen. In dat besluit wordt aan de overtreder een termijn van 48 uur gegeven om het gebouw, open erf of terrein zelf te (laten) ontruimen/sluiten en de bedreiging of gevaarzetting te (laten) stoppen (dit is de begunstigingstermijn). Sluiting door de eigenaar of door degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van het betreffende gebouw, open erf of terrein gebeurt na overleg met de gemeente. Indien de eigenaar of degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het in gebruik geven van het betreffende gebouw, open erf of terrein hier geen gehoor aan geeft, zal het gebouw, open erf of terrein door de gemeente worden ontruimd/gesloten (uitvoering van gemeentewege). 5.. Na afloop van de sluitingstermijn vindt overleg met de overtreder plaats. Tijdens dit overleg worden afspraken gemaakt om nieuwe overtredingen te voorkomen. Indien er sprake is van een ernstige vrees voor herhaling, kan er sprake zijn van verlenging van de duur van de sluiting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel