Naar hoofdinhoud
1.. Met ingang van 1 december 2024 zijn ontheemden als bedoeld in artikel 2 bijdrageplichtig. 2.. De bijdrageplicht geldt voor: Volwassen ontheemden met inkomsten uit arbeid, in binnen- of buitenland; Volwassen ontheemden die een loondervingsuitkering (de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen) of toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangen; Volwassen gezinsleden zonder eigen inkomsten, als ontheemden zijn getrouwd met of een geregistreerd partnerschap hebben met een ontheemde die eigen inkomsten heeft. Volwassen kinderen van ontheemden worden gezien als een apart individu of gezin en vallen dus niet onder de definitie van gezinslid. 3.. Uitgesloten van de bijdrageplicht zijn: Minderjarige gezinsleden van volwassen ontheemden, met of zonder eigen inkomsten; Ontheemden die verblijven in de particuliere opvang of buiten de opvang. 4.. Voor het inkomen zoals bedoeld onder a en b van lid 2 van dit artikel geldt een drempelbedrag voor de eigen bijdrage. Er bestaat alleen een bijdrageplicht wanneer het inkomen van de ontheemde en/of de partner van de ontheemde minimaal 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm plus de eigen bijdrage bedraagt. Wanneer het inkomen van de ontheemde en/of de partner van de ontheemde onder de 115% van de van toepassing zijnde leefgeldnorm plus de eigen bijdrage ligt, is er geen eigen bijdrageverplichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel