Naar hoofdinhoud
1. . De subsidieontvanger is verplicht: de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt binnen 24 maanden na subsidieverlening te realiseren; een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in te dienen binnen 8 weken na realisatie van de gesubsidieerde maatregelen. 2. . Indien de uitvoering van de activiteiten binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid onder a, buiten de schuld van de subsidieontvanger niet mogelijk is, kan het college die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal met ten hoogste twaalf maanden verlengen. 3. . De subsidieontvanger is verplicht hetgeen met subsidieverlening is uitgevoerd en gerealiseerd tenminste 5 jaar te gebruiken en in stand te houden. Bij overdracht van het maatschappelijk vastgoed en/of de installaties aan een natuurlijk persoon of aan een rechtspersoon met winstoogmerk kan het college besluiten de subsidievaststelling in te trekken of ten nadele van de ontvanger te wijzigen. 4. . Het college is bevoegd andere bijzondere verplichtingen te verbinden aan het besluit om een subsidie te verstrekken op grond van deze subsidieregeling.

Rechtspraak bij dit artikel