Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is een beleidsplan verplicht en vastgelegd in de Omgevingswet (afdeling 18.3) en in het Omgevingsbesluit (afdeling 13.2). Het VTH-beleid wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders (verder: college) en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. Daarmee is het VTH-beleid een richtinggevend document voor het college bij de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Omgevingswet.
De VTH-beleidscyclus gaat over het beleidsplan (omgevingsanalyse, prioriteiten, doelen), een uitvoeringsprogramma met de planning van in te zetten VTH-instrumenten en capaciteit, de uitvoering en tenslotte monitoring van de uitvoering (verslaglegging en evalueren).
De landelijke procescriteria zijn leidend voor het VTH-beleid en bevatten eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus.
Dit beleidsplan heeft betrekking op de bovenste drie stappen en is richtinggevend voor de operationele beleidscyclus. In de figuur zijn deze beleidsfasen groen weergegeven. Deze strategische beleidscyclus wordt over het algemeen iedere 4 jaar doorlopen, maar kan op basis van omgevingsfactoren, wetten of beleidsambities een andere frequentie hebben.
De provincie houdt toezicht in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht op de implementatie van de VTH-beleidscyclus door onze gemeente. We versturen jaarlijks onze documenten aan de provincie en ontvangen een beoordeling.
In de Omgevingswet staat de kwaliteit van de leefomgeving centraal, waarbij initiatieven uit de samenleving invloed hebben op die kwaliteit. Uitvoering betreft activiteiten van burgers, bedrijven of overheden als initiatiefnemer. De zorg van de overheid is erop gericht de leefomgeving te verbeteren waar deze tekortschiet en kwaliteiten te behouden waar ze goed zijn. Nieuwe instrumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan worden leidend.
De vervlechting van de beleidscyclus voor de VTH-taken en de instrumenten en werkwijze van de Omgevingswet gaat de komende jaren verder vorm krijgen. Voor dit beleidsplan hebben we al zoveel mogelijk geanticipeerd op de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. In dit beleidsplan sluiten we aan bij de principes van de Omgevingswet: eenvoudiger en beter met meer afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak. Dit zal niet van de ene op de andere dag geregeld zijn. In de praktijk moeten deze principes groeien. Met de komst van de Omgevingswet wijzigt ook een deel van de procedurele kaders.
De wijzigingen als gevolg van de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zijn meegenomen in dit beleid.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.4
Status
Onderdeel van Beleidsplan Omgevingsrecht vergunningverlening, toezicht en handhaving