Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4.

Hoogte van de afdracht bij het niet realiseren van het verplichte percentage sociaal

Onderdeel van Verordening bestemmingsreserve ter bevordering van sociale huurwoningen Uitgeest 2024

1.. Indien het minimum aantal sociale huur- of koopwoningen, conform artikel 3, eerste en tweede lid, niet wordt gerealiseerd, dient door de ontwikkelende partij een afdracht ten behoeve van de Bestemmingsreserve te worden gedaan. 2.. Het bedrag van de afdracht als bedoeld in het eerste lid wordt als volgt bepaald: Bij een bouwplan of bouw initiatief waarin minder dan het conform de woonvisie vereiste minimum aantal sociale woningen wordt gerealiseerd, dient de ontwikkelende partij een bedrag van 10% van de in dat jaar geldende nationale hypotheekgarantie per niet gerealiseerde sociale woning in de Bestemmingsreserve te storten. Voor de berekening van het bedrag wordt het berekende aantal niet gerealiseerde sociale woningen waarbij het berekende aantal extra gerealiseerde sociale woningen tot 0,49 naar beneden wordt afgerond en vanaf 0,5 naar boven wordt afgerond op een heel getal, overeenkomstig de berekening aantal sociale woningen zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel. 3.. Het jaar waarin de anterieure of posterieure overeenkomst tot afdracht ten behoeve van de Bestemmingsreserve wordt ondertekend, geldt als datum voor de vaststelling van de hoogte van het bedrag van de afdracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel