Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 9.1.

Het begrotingscriterium

Onderdeel van Controleprotocol 2024

Uitgangspunt bij het begrotingscriterium is dat de afwijkingen in de jaarstukken ten opzichte van de begroting (na wijziging) goed herkenbaar dienen te worden opgenomen en toegelicht. Met de con-trole op de juiste toepassing van het begrotingscriterium wordt getoetst of het budgetrecht van de raad is gerespecteerd. Het college betrekt alle afwijkingen ten opzichte van de begroting (exploitatie en investeringen) bij de fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording, omdat het uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting onrechtmatig is . In de notitie ‘Rechtmatig- heidsverantwoording ‘ van de commissie BADO is de definitie van (on)rechtmatigheid aangepast. Over- en onderschrijdingen van baten of onderschrijdingen van lasten/investeringen betreffen op zichzelf geen begrotingsonrechtmatigheden. Het kan wel onrechtmatig zijn als deze afwijkingen niet tijdig in de (bijgestelde) begroting zijn verwerkt (met andere woorden, niet tijdig aan de raad zijn ge-meld ). Het gaat dus om het tijdig melden. Wat “tijdig” is, wordt bepaald door interne afspraken hier-over tussen de gemeenteraad en het college van B&W over het rapporteren van afwijkingen en het aanpassen van de begroting. Over- en onderschrijdingen van baten of onderschrijdingen van las-ten/investeringen worden bij de jaarrekening aan de raad gemeld en om die reden niet als onrecht-matigheid gerapporteerd. Eventuele overschrijdingen van lasten of investeringen worden uiteraard wel opgenomen als begrotingsonrechtmatigheden. Het kan hier ook gaan om begrotingsonrechtma-tigheden waarbij het college binnen het door de raad uitgezette beleid is gebleven. Het is aan de raad om te bepalen in hoeverre afwijkingen acceptabel zijn. Overwegingen die daarbij meegenomen kun-nen worden zijn bijvoorbeeld: Er is wel/niet tijdig een voorstel ingediend om de begroting te wijzigen; De overschrijding past wel/niet binnen het door de raad geaccordeerde beleid; Er is sprake van compensatie via direct te relateren inkomsten; Etc. Uit deze opsomming blijkt dat college en raad eenduidige afspraken moeten maken op welke wijze begrotingsonrechtmatigheden benaderd worden . De toe te passen normen voor het begrotingscri-terium zijn op hoofdlijnen door de wetgever bepaald en door de gemeenteraad nader ingevuld. Voor de gemeente Weert is de invulling hiervan vastgelegd in: De jaarlijkse begroting, waarmee de gemeenteraad expliciet aangeeft binnen welke financiële grenzen het college de programmabegroting uitvoert. De Financiële verordening ex. Artikel 212 van de Gemeentewet. De begroting is op programmaniveau geautoriseerd. Hierdoor hebben enkel overschrijdingen van de lasten op programmaniveau gevolgen voor de rechtmatigheidsverantwoording. Compensatie tussen de programma’s onderling of dekking van een overschrijding via de algemene dekkingsmiddelen (zoals bedoeld in BBV art. 8 lid 5) zal door de raad moeten worden goedgekeurd, wat uiterlijk gebeurt bij de tussentijdse rapportages en jaarstukken. Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarstukken hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging, is – voor zover het de begrotingsover-schrijdingen betreft - mogelijk sprake van onrechtmatige lasten. De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van de gemeenteraad zoals geregeld in de Gemeentewet. In het kader van de Financiële verordening ex art. 212 GW zal voor de navolgende situaties geen in-demniteitsprocedure worden gestart maar zullen eventuele overschrijdingen via vaststelling van de jaarstukken worden geaccordeerd. Het betreft begrotingsoverschrijdingen die: per programma kleiner zijn dan 2% van het programmabudget, met een maximum van € 200.000,-; plaatsvinden op zogenaamde gesloten financieringen (riolering en afval). Over- en onderschrijdin-gen op deze onderdelen worden verrekend via een daarvoor ingestelde reserve en/of voorziening. Tenslotte zal voor de navolgende situaties geen indemniteitsprocedure worden gestart maar zullen eventuele overschrijdingen via vaststelling van de jaarstukken worden geaccordeerd. Het betreft begrotingsoverschrijdingen die: het gevolg zijn van autonome ontwikkelingen; verplichte uitgaven betreffen; calamiteiten of volledig onvoorziene uitgaven betreffen; het gevolg zijn van een open eind constructie (bijv. WWB, WMO, minimabeleid). De toelichting op de begrotingsoverschrijdingen wordt opgenomen bij de toelichting op de rechtma-tigheidsverantwoording in de paragraaf Bedrijfsvoering. Zodra de raad de verantwoording en de jaar-stukken vaststelt, wordt ook ingestemd met alle begrotingsonrechtmatigheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel