Als de ondersteuningsbehoefte niet volledig kan worden ingevuld via gebruikelijke hulp of een andere eigen oplossing, dan kan er -binnen de gestelde kaders- een maatwerkvoorziening worden toegekend. Met een toegekende voorziening in de vorm van een pgb kan vervolgens geen hulp worden ingekocht bij een persoon binnen de leefeenheid. Immers, als er binnen de leefeenheid een persoon in staat is de benodigde ondersteuning te bieden, dan hoeft er geen voorziening te worden toegekend. Het pgb kan dus alleen worden besteed aan de inkoop van ondersteuning bij een derde (zorgaanbieder of persoon buiten de leefeenheid van de cliënt).
De Wmo 2015 is niet bedoeld als ondersteuning voor het gezinsinkomen. De mogelijke keuze van een partner of ouder om minder te gaan werken ten behoeve van de zorg voor partner of kinderen, betekent niet dat het verlies aan inkomsten wordt opgevangen vanuit de Wmo 2015. Bij (dreigende) overbelasting van partner of ouder(s) kan uiteraard ook geen persoonsgebonden budget (pgb) ingezet worden ten behoeve van deze partner/ ouder(s). Een pgb vermindert namelijk niet (dreigende) overbelasting, maar kan dit juist verergeren.
Artikel 4.
De relatie tussen gebruikelijke hulp en het persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van Beleidsregels gebruikelijke hulp Wmo Someren 2024