Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Individuele voorzieningen inkopen met een pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdwet gemeente Utrecht 2025

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet. 2.. De jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger moeten voor een pgb een format van het college invullen (dit wordt het formulier PGB plan genoemd) en dit inleveren bij een Medewerker, de Lokale Toegang of team Leerlingenvervoer. 3.. In aanvulling op de wettelijke gronden kan het college een pgb (geheel of deels) weigeren. Redenen hiervoor zijn: voor zover het pgb is bedoeld of wordt gebruikt voor andere kosten dan het leveren van de benodigde zorg. Onder andere kosten wordt o.a. verstaan kosten van: tussenpersonen; belangenbehartigers administratie; reis en verblijf van hulpverleners; als de Medewerker of Lokale toegang vindt dat de jeugdhulp die de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger wil inkopen niet of onvoldoende zal bijdragen aan het beoogde resultaat; als niet wordt voldaan aan de norm van de verantwoorde werktoedeling conform (Besluit) Jeugdwet. als de aanvraag tot gevolg heeft dat één persoon meer dan 48 uur per week moet werken; als het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland; als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget ook de hulpverlener is; als de (beoogd) beheerder van het pgb-budget betrokken is bij de jeugdhulporganisatie bijvoorbeeld als directeur/bestuurder; als niet aantoonbaar is voldaan aan de meldplicht toetreding nieuwe jeugdhulpaanbieders of de meldplicht (Aanpassings)Wet toetreding zorgaanbieders (A) Wtza), behalve als de aanbieder valt onder een uitzondering van respectievelijk het Besluit Jeugdwet of Uitvoeringsbesluit Wtza. 4.. Aanvullend op de voorafgaande voorwaarden en weigeringsgronden kent het college een pgb voor jeugdhulp vanuit het sociale netwerk alleen toe als: de jeugdige en/of ouders/vertegenwoordiger motiveert waarom dit tot hetzelfde of beter resultaat leidt dan de inzet van een professionele hulpverlener; en de persoon uit het sociale netwerk die de hulp verleent, aangeeft dat de hulp aan de jeugdige en/of ouders hem niet overbelast; en de persoon uit het sociale netwerk geen handelingen doet die alleen een geregistreerde professional mag doen; en de persoon uit het sociale netwerk voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: de hulpverlener heeft de competenties, kennis en vaardigheden nodig zijn om verantwoorde hulp te bieden en toont dit aan; en de hulpverlener overhandigt een VOG die bij start van de hulp niet ouder is dan 12 maanden (behalve als de hulpverlener een bloed- of aanverwant in de 1e en 2e graad is, zoals bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk wetboek); en de hulpverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij gebruik van de Meldcode Huiselijk geweld; en de hulpverlener meldt calamiteiten direct aan het buurtteam; en de hulpverlener werkt aan de doelen zoals vastgesteld in het gezinsplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel