Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.1.

Artikel 5.1.4.

Dakkapellen

Onderdeel van Nota omgevingskwaliteit

Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de licht-toevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak. Criteria Plaatsing Maximaal twee dakkapellen aan de voorkant. Geen dakkapellen boven elkaar. Meerdere dakkapellen op een dakvlak, gebouw of bouwblok regel-matig rangschikken op een gelijke horizontale onderlijn. Bij individuele panden in het dakvlak centreren of geleding voorgevel aanhouden. Bij een mansardekap in het onderste dakvlak plaatsen en aansluiten op de knik. Minimaal 0.50 meter dakvlak naast, onder en boven de dakkapel. Maximaal 1.00 meter dakvlak onder de dakkapel (gemeten vanaf de goot). Dakkapel met plat dak en voldoende ruimte rondom de dakkapel. Dakkapel met puntdak, door vorm en omvang niet ondergeschikt aan het dakvlak. Maatvoering Hoogte dakkapel aan de voorkant maximaal 1.50 m. Hoogte dakkapel aan de achterkant maximaal 1.75 m. Totale breedte dakkapel(len) aan de voorkant maximaal 50% van breedte dakvlak (gemeten van midden bouwmuur tot midden bouwmuur). Vormgeving De dakkapel heeft een plat dak. Een aangekapte dakkapel alleen op dak van tenminste 45°. Gevelgeleding dakkapel aan de voorkant afgestemd op de gevels van het hoofdgebouw. Geen dichte panelen in het voorvlak waarachter zich direct een gebruiksruimte bevindt. Wel mogelijk is een verticaal paneel als sprake is van een scheidende binnenwand achter het paneel. Bescheiden detaillering met eventueel een beperkte overstek, boeiboord en ornamenten afgestemd op het hoofdgebouw. Materiaal en kleur Materialen en kleuren gelijk aan, of afgestemd op het hoofdgebouw; Zijwangen donker, wit of in de kleur van het dakvlak. Geen felle of opvallend afwijkende kleuren.

Rechtspraak bij dit artikel