Een cliënt maakt vaak onderdeel uit van een gezin of huishouden. Als sprake is van een hulpvraag kan regelmatig een beroep gedaan worden op ouders, verzorgers of andere huisgenoten voor ondersteuning. Vanuit de Wmo 2015 wordt dit ook van de cliënt verwacht. Deze hulp en ondersteuning van huisgenoten is niet vrijblijvend en heeft een verplichtend karakter. De algemeen aanvaardbare opvattingen over de inzet van huisgenoten veranderen door de tijd. We doen recht aan deze ontwikkeling middels deze beleidsregels waarin we een objectief afwegingskader vaststellen waarin het begrip wordt geconcretiseerd.
Wettelijk kader Wmo 2015
In het wettelijk kader is het volgende vastgelegd:
Gebruikelijke hulp is ‘de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten’ (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Hiervoor is geen voorziening krachtens Wmo 2015 mogelijk (artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015).
Artikel 1.