Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Toetsingskader

Onderdeel van Beleidsregel Pre-mantelzorgwoning gemeente Doetinchem 2024.

3.1 Bewoners. 1.. Bewoning door maximaal twee personen van de pre-mantelzorgwoning. 2.. Er is een sociale relatie tussen de bewoner(s) van de pre-mantelzorgwoning en de hoofdwoning op het perceel. 3a.. Voor het plaatsen van een pre-mantelzorgwoning in de situatie van oudere inwoners is een minimumleeftijd vereist voor de toekomstige mantelzorgontvanger van 67 jaar. Vanaf deze leeftijd is er geen (pre-)mantelzorgverklaring vereist. 3b.. Voor het plaatsen van een pre-mantelzorgwoning in de situatie van een (voortschrijdende) aandoening, ziekte of beperking van de mantelzorgontvanger jonger dan 67 jaar die op termijn tot mantelzorgbehoefte kan leiden, is een (pre-)mantelzorgverklaring vereist. 4.. De bewoners van de pre-mantelzorgwoning schrijven zich in op het adres van de pre-mantelzorgwoning in de Basis Registratie Personen (BRP). 5a.. Uit een schriftelijke verklaring, de zgn. instemmingsverklaring, blijkt dat de toekomstige mantelzorgverleners mantelzorg verlenen zodra en zolang dat nodig is. Daarnaast wordt deze verklaring door alle, op het moment van aanvraag, meerderjarige bewoners ondertekend waarmee zij aangeven in te stemmen met de pre-mantelzorgwoning. Met deze verklaring wordt ook de sociale relatie tussen de bewoners van de hoofdwoning en de pre-mantelzorgwoning aangetoond. In de verklaring wordt ook opgenomen dat de aanvragers zich ervan bewust zijn dat als de (pre-)mantelzorgrelatie wordt verbroken de tijdelijke wooneenheid verwijderd moet worden. 5b.. Voor de instemmingsverklaring heeft het college het formulier ‘instemmingsverklaring pre-mantelzorgwoning’, zoals beschreven in bijlage 1, beschikbaar gesteld. 3.2 Het gebouw. 1.. De pre-mantelzorgzorgwoning wordt gerealiseerd als zelfstandige wooneenheid binnen de bestaande bebouwing of in nieuw op te richten bebouwing of in een woonunit. 2.. Een pre-mantelzorgwoning moet voldoen aan de van toepassing zijnde regels uit het vigerende Besluit bouwwerken leefomgeving. 3.. De pre-mantelzorgwoning is levensloopbestendig en kan op basis van geringe aanpassingen geschikt worden gemaakt aan de ontstane of gewijzigde zorgbehoefte op termijn. 4.. De pre-mantelzorgwoning krijgt een eigen huisnummer. 5.. Gezien het tijdelijke karakter valt de pre-mantelzorgwoning niet onder de OZB-heffing maar wel onder de overige gemeentelijke belastingen en heffingen die passen bij een zelfstandige woning. 6.. Maximale oppervlakte: een pre-mantelzorgwoning mag maximaal 100 m² bedragen met dien verstande dat de maximale oppervlakte zoals opgenomen in het omgevingsplan niet overschreden mag worden. 7.. De pre-mantelzorgwoning moet binnen het functievlak van de hoofdwoning worden gerealiseerd. 8.. Voor een woonunit geldt: maximaal één bouwlaag met een maximale goothoogte van 3 meter en een nokhoogte van 5 meter (indien niet in bestaande bebouwing gerealiseerd), conform wijze van meten volgens het ter plaatse geldende omgevingsplan. 9.. De pre-mantelzorgwoning moet worden geplaatst op de gronden die horen bij de bestaande hoofdwoning van de toekomstige mantelzorgverlener of toekomstige mantelzorgontvanger. 10.. Per hoofdwoning mag maximaal één pre-mantelzorgwoning of mantelzorgwoning gerealiseerd worden. 11.. De afstand tussen de pre-mantelzorgwoning en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 meter. Deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 meter als de aangrenzende (openbare) grond ten hoogte van de geplande pre-mantelzorgwoning een groen-, natuur-, water-, verkeer of daarmee vergelijkbare bestemming heeft. In uitzonderlijke gevallen kan het college afwijken van deze afstandsbepaling. 12.. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 13.. Er moet sprake zijn van een ruimtelijke eenheid. De pre-mantelzorgwoning moet binnen een straal van 10 meter van de hoofwoning worden geplaatst. 14.. De situering van de pre-mantelzorgwoning mag niet ten koste gaan van een goed woon- en leefklimaat in de hoofdwoning zelf. 15.. Bij de plaatsing van een pre-mantelzorgwoning op een erf moet er rekening mee gehouden worden dat deze geen onevenredige afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente behoudt de bevoegdheid om per geval te beoordelen of maatregelen nodig zijn ten aanzien van de inpassing. Waarbij een inpassingsplan van een ter zake deskundig (advies)bureau een mogelijkheid is. 16.. Parkeren moet zoveel mogelijk plaatsvinden op eigen terrein voor wat betreft de toegenomen parkeerbehoefte door het plaatsen van de pre-mantelzorgzorgwoning, tenzij aangetoond kan worden dat het niet tot een toename leidt. Als parkeren op eigen terrein niet mogelijk is zal worden gezocht naar een maatwerkoplossing. 17.. Hemelwater van het bouwoppervlak van de pre-mantelzorgzorgwoning en nieuwe verharding worden op eigen terrein geïnfiltreerd. 18.. Op grond van dit beleid mag geen reguliere woningsplitsing of andersoortige toevoeging van een zelfstandige woonruimte worden gerealiseerd, zoals voor particuliere verhuur. 3.3 Omgevingsgesprek/participatie Bij het realiseren van een pre-mantelzorgwoning is het wenselijk dat aanvragers een omgevingsgesprek/participatie voeren met de buurt. Het doel van een omgevingsgesprek/participatie is het informeren van de buurt over de plannen en de buurt krijgt de mogelijkheid mee te denken over verbetering van het plan. Het verslag van het omgevingsgesprek/participatie kan worden toegevoegd aan de omgevingsvergunningsaanvraag.

Rechtspraak bij dit artikel