**1.** Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
**2.** Het in het eerste lid bepaalde is, mits de doorgang van het verkeer niet wordt belemmerd en voldaan wordt aan de richtlijn voor het markeren van onverlichte obstakels van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW, publicatie 130), niet van toepassing op:
vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:geen onderdeel zich minder dan 2,20 meter boven dat gedeelte bevindt;geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan 0,50 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt;geen onderdeel verder dan 1,50 meter buiten de opgaande gevel reikt.
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
voertuigen;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;
terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2, zesde lid;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3;
het plaatsen en stallen van vuil- en opslagcontainers op de weg.
**3.** Het is verboden op, aan, over of boven de weg een voorwerp of stof waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien:
deze door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengt aan de weg;
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan of;
een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.
**4.** Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, c, en i wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
**5.** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
**6.** Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken of het provinciaal wegenreglement;
De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder b, geldt niet voor bouwwerken;
De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 5
Artikel 2.1.5.1
Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2006