Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 1 mei een ontwerp-begroting voor het komende dienstjaar, voorzien van een memorie van toelichting toe aan de raden van de gemeenten. De raden van de gemeenten kunnen omtrent deze ontwerp-begroting vóór 15 juni daaropvolgend aan het dagelijks bestuur schriftelijk hun gevoelen doen blijken.
Het dagelijks bestuur dient jaarlijks voor 15 juni bij het algemeen bestuur de ontwerp-begroting voor het komende dienstjaar in, voorzien van een memorie van toelichting. Bij deze zijn gevoegd de reacties van de raden van de deelnemende gemeenten op de toegezonden stukken als omschreven in het eerste lid.
Het algemeen bestuur stelt vervolgens voor 1 juli de begroting vast.
Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen veertien dagen na de vaststelling aan de raden der deelnemende gemeenten, die ter zake Gedeputeerde Staten hun gevoelen kunnen doen blijken.
Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen veertien dagen na de vaststelling ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten.
Na ontvangst van het bericht van goedkeuring, dan wel onthouding daarvan, stelt het algemeen bestuur de raden van de deelnemende gemeenten in kennis.
Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen zo mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling WAVA (Werkvoorzieningsschap Arbeid voor Allen)