Het dagelijks bestuur doet uiterlijk 1 juli aan het algemeen bestuur verantwoording over het afgelopen jaar in aansluiting aan de posten der begroting, onder overlegging van de door de administrateur opgestelde jaarrekening, de daarbij behorende bescheiden en een berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen.
De jaarrekening wordt tenminste zes weken vóór de aanbieding aan het algemeen bestuur door het dagelijks bestuur toegezonden aan de raden der deelnemende gemeenten.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de jaarrekening het dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin dit gevoelen is vervat bij de jaarrekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening alsmede de berekening van de door de gemeenten te betalen bijdragen in het eventuele exploitatietekort, nadat deze door een deskundige - als bedoeld in artikel 265 bis, lid 2, van de gemeentewet - zijn onderzocht, voorlopig vast.
De jaarrekening wordt binnen veertien dagen na de voorlopige vaststelling door het algemeen bestuur aan Gedeputeerde Staten ter vaststelling toegezonden. Van de vaststelling der jaarrekening wordt mededeling gedaan aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Het besluit van Gedeputeerde Staten, houdende vaststelling der rekening strekt, voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het dagelijks bestuur en het rekeningplichtig personeel van de dienst tot décharge, behoudens later in rechten gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
Artikel 25
Artikel 25
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling WAVA (Werkvoorzieningsschap Arbeid voor Allen)