Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4.

Praktische invulling zorgplicht

Onderdeel van Uitvoeringsplan Gladheidbestrijding 2024-2025

Vanwege de weinig specifieke wetgeving en de beperkte jurisprudentie zijn er geen algemeen geldige, eenduidige aanwijzingen te geven waarmee schadeclaims als gevolg van wintergladheid zijn te weerleggen. Wel is het aannemelijk dat een rechter, alvorens uitspraak te doen, de betreffende situatie in elk geval zal toetsen aan de hand van de volgende vragen: Heeft de wegbeheerder onder de gegeven omstandigheden voldoende maatregelen getroffen om gladheid te voorkomen of tegen te gaan? Heeft de wegbeheerder zijn beleid en de prioritering van strooiroutes voldoende onderbouwd in een gladheidbestrijdingsplan en heeft hij de voor het publiek belangrijke informatie voldoende kenbaar gemaakt, bijvoorbeeld door publicatie in een plaatselijke krant en/of op internet? Heeft de wegbeheerder adequaat op klachten gereageerd en waar nodig maatregelen getroffen? Over het algemeen geldt dat een wegbeheerder niet aansprakelijk is voor gladheidschade als gevolg van artikel 6:162 BW als hij kan aantonen dat: Er tijdig en naar vermogen is gestrooid (aan de hand van het Uitvoeringsplan Gladheidbestrijding 2024-2025); Er gezien de omstandigheden op tijd en adequaat is gewaarschuwd; Hij adequaat op klachten heeft gereageerd en de juiste maatregelen heeft getroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel