Naar hoofdinhoud
1.. Voor voetbal gelden de volgende voorwaarden: De KNVB-behoeftebepaling van 1 september voorafgaand aan het in artikel 9 lid 4 bedoelde aanvraagjaar geldt als uitgangspunt voor het berekenen van de benodigde capaciteit. Voor het bepalen van de benodigde wedstrijdcapaciteit wordt gerekend met bruto speeltijden per team volgens de KNVB-norm. Er wordt uitgegaan van 36 wedstrijdweken gecorrigeerd voor het aandeel thuiswedstrijden (50%). Bij teams tot en met 11 jaar (o-12) wordt gecorrigeerd voor veldomvang (50%). Het totaal aantal uren van alle teams wordt gedeeld door het aantal wedstrijdweken en de capaciteit van een veld in bruto uren volgens de KNVB-norm (7,5 uur). Voor het bepalen van het aantal trainingsuren wordt gerekend met netto speeltijden. De principes van breedtesport van de KNVB-behoeftebepaling worden als uitgangspunt genomen. Er wordt gerekend met 40 trainingsweken per jaar en maximaal 2 x 80 minuten trainen per week voor senioren. Voor de jeugd is het maximaal aantal trainingsuren naar rato aangepast. Dit leidt tot het volgende gemaximeerde aantal trainingsuren per week per leeftijdscategorie: Senioren: 2,67 uur per week; Jeugd vanaf 13 jaar (o-14) en ouder: 2 uur per week; Jeugd tot en met 12 jaar (o-13) en jonger: 1,5 uur per week Voor de jeugd tot en met 12 jaar (o-13) wordt gecorrigeerd voor de veldomvang (50%). Voor het bepalen van het aantal benodigde velden, worden de volgende capaciteitsnormen gehanteerd: Bestaande trainingsvelden en oefenhoeken die afwijken in maatvoering kunnen naar rato worden meegenomen voor de capaciteitsberekening. Kunstgrasveld: 1020 uur (270 uur wedstrijd + 750 training) Natuurgras: 270 uur als wedstrijdveld, of Natuurgras: 750 uur als trainingsveld. Het aantal benodigde kleedkamers is genormeerd op 2 kleedkamers met eigen wasruimte per wedstrijdveld. Waarbij het uitgangspunt van ten minste 3 kleedkamers met wasruimte per accommodatie, één scheidsrechterruimte en één berging wordt gehanteerd. Voor de afmeting van de ruimtes geldt de KNVB-norm voor breedtesport. Kunstgras wordt alleen gesubsidieerd als dit de meest doelmatige oplossing is om in de benodigde capaciteit te voorzien, dit ter beoordeling aan het college van burgemeester en wethouders. 2.. Voor korfbal gelden de volgende voorwaarden: Het aantal teams uit onderstaande tabel vermenigvuldigen met de bijbehorende belastingscoëfficiënt resulteert in het aantal normteams. Team Belastingscoëfficient F-jeugd 0,4 E-jeugd 0,4 D-jeugd 0,625 C-jeugd 0,625 B-jeugd 1 A-jeugd 1 G-korfbal 1 Senioren 1 Het aantal normteams maal 20 weken maal 2 uur resulteert in het aantal trainingsuren. Het aantal normteams maal 1,5 maal 20 weken resulteert in het aantal wedstrijduren. De benodigde veld capaciteit wordt berekend op basis van de technische belastbaarheid van het veld. Voor de technische belastbaarheid wordt gehanteerd: een kunstgrasveld (bestaande uit 2 wedstrijdvelden) is genormeerd op 800 uur, een natuurgrasveld (68*44 meter) is genormeerd op 150 uren. Het aantal benodigde kleedkamers is genormeerd op 4 kleedkamers per accommodatie, één scheidsrechterruimte en één berging tot en met 20 normteams. Voor de afmeting van de ruimtes geldt de KNKV-norm voor breedtesport. Kunstgras wordt alleen gesubsidieerd als dit de meest doelmatige oplossing is om in de benodigde capaciteit te voorzien. 3.. Voor tennis gelden de volgende voorwaarden: Voor tennis is de capaciteitsnorm 90 spelende leden per baan. Als bij de werkzaamheden de banen in een groep van twee of drie worden vervangen of aangelegd, wordt alleen het kostenaandeel voor de benodigde capaciteit gesubsidieerd. Bij de vervanging van banen kunnen ook baanafhankelijke sportattributen meegenomen worden in de subsidie aanvraag als deze ook voldoen aan de voorwaarden voor vervanging. De norm voor inpandige ruimtes is 2 kleedkamers met wasruimtes, en 1 berging per accommodatie. Voor de afmeting van de ruimtes geld de KNLTB-norm voor breedtesport.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel