Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 10.

Criteria voor maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Gemeente Brunssum 2025

1.. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit het sociale netwerk; met gebruikmaking van algemene voorzieningen; andere voorzieningen. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit het sociale netwerk; met gebruikmaking van algemene voorzieningen; andere voorzieningen. 2.. Bij de beoordeling van de aanvraag hanteert het college in aanvulling op het voorgaande lid in ieder geval de volgende uitgangspunten: de maatwerkvoorziening levert, met inachtneming van de uitkomsten van het onderzoek zoals bedoeld in hoofdstuk 2, artikel 5, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Dit ter compensatie voor de beperkingen, chronisch psychische of psychosociale problemen, die ertoe leiden dat de cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie; het college kent in beginsel, naar objectieve maatstaven gemeten, de goedkoopst adequate voorziening toe; de maatwerkvoorziening dient langdurig noodzakelijk te zijn, tenzij het gaat om kortdurende hulp bij het huishouden of begeleiding, en de verstrekking leidt tot het verbeteren van de participatie en zelfredzaamheid, als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie; 3.. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor zover: hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en het een van de volgende voorzieningen betreft, waarbij de hoogte bij nadere regels wordt bepaald: Verhuiskostenvergoeding; Een tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning; 4.. Bij de toekenning van een maatwerkvoorziening voor vervoer ten behoeve van het verplaatsen binnen de regio geniet het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) het primaat boven de verstrekking van een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming. Uitzondering hierop zijn de vervoersvoorzieningen die om medische redenen en/of andere zwaarwegende redenen niet ingevuld kunnen worden door de toekenning van een collectieve vervoersvoorziening. 5.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening (in de vorm van CVV) wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, hiertoe wordt een maximale omvang bepaald in de nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel