**1..** In afwijking van artikel 3, eerste onder a en b (eigenaren- en gebruikersdeel), wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten:
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;
openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail;
waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
plantsoenen, openbare dagrecreatieterreinen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
begraafplaatsen en urnentuinen met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
bijzondere objecten, enkel ten aanzien van de gebruikersbelasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder b;
percelen met een grondoppervlak kleiner dan 15 m2;
percelen ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken.
**2..** In afwijking van artikel 3, eerste onder a (eigenarendeel), wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, percelen waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
**3..** In afwijking van artikel 3, eerste onder b (gebruikersdeel), wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, percelen waarvan de gemeente de gebruiker is.