De precariobelasting wordt niet geheven voor:
wegwijzers en dergelijke voorwerpen van de ANWB en overeenkomstige instellingen;
halteborden voor openbaar vervoersondernemingen;
rijwielrekken;
het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond, waarvoor krachtens een andere heffingsverordening of op grond van een overeenkomst betaling aan de gemeente verschuldigd is;
over openbare gemeentegrond opendraaiende voorwerpen welke krachtens wettelijk voorschrift of wanneer dit van gemeentewege wordt geëist naar buiten openslaand worden gemaakt;
rails, tramdraden, spandraden, palen, masten en elektrische geleidingen en kabels ten behoeve van het openbaar vervoer;
zonneschermen, hijsbalken en luifels;
balkons, erkers, schoorstenen en andere uitbouwsels, welke op 1 januari 1932 aanwezig waren;
voorwerpen ten behoeve van activiteiten welke een niet-commercieel karakter dragen en worden georganiseerd met een beoogde doelstelling van sociaal-maatschappelijke, sportieve charitatieve, stadsmarketing of culturele aard en zonder individueel, persoonlijk of groepswinstoogmerk;
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
een kraam welke uitsluitend wordt gebezigd voor charitatieve doelen die zijn voorzien van het keurmerk van het centraal bureau fondsenwerving;
terrasuitstallingen binnen een meter van de gevel van de inrichting van het horecabedrijf;
winkeluitstallingen, zijnde goederen –inclusief één reclamebord of reclameobject of één of twee menubord(en)– uitgestald door de desbetreffende ondernemer op een strook grond in de openbare ruimte.
Artikel 10
Vrijstelling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2025