Als op voorhand nog niet duidelijk is of een investering daadwerkelijk tot stand gaat komen, kan een voorbereidingskrediet worden aangevraagd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kosten voor onderzoek en ontwikkelingen en bij voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van een grote investering. Het heeft de voorkeur bij dergelijke investeringen een voorbereidingskrediet aan te vragen.
Daarbij moet op grond van het BBV aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
Er moet een voornemen bestaan om het actief te gebruiken of te verkopen;
De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien moet vaststaan;
Het actief moet in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren;
De uitgaven die aan het actief toe te rekenen zijn, moeten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Het werken met een voorbereidingskrediet heeft de voorkeur bij grote en meer complexe investeringen. In de fase van voorbereiding kan dan een goede inschatting worden gemaakt van het benodigde krediet en het verwachte tijdstip van gereedkomen.
Gedurende de termijn waarop er nog geen definitief krediet is, wordt de rente in de exploitatie verantwoord en komt daarmee ten laste van het jaarresultaat. Als de investering tot stand komt, worden de voorbereidingskosten, voor zover deze direct samenhangen met de realisatie van de investering, meegenomen als onderdeel van het definitieve krediet. Wanneer deze investering niet tot stand komt, dan worden de kosten direct in zijn totaliteit afgeschreven in het lopende begrotingsjaar.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.5
Artikel 2.5.2
Voorbereidingskredieten
Onderdeel van Nota Investerings- en afschrijvingsbeleid 2024