Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening afvalstoffenheffing Krimpenerwaard 2025

1.. De belasting, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9. 4.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5.. De belasting, als bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid is verschuldigd na het einde van het belastingjaar. 6.. De belasting, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 7.. De belasting bedoeld in artikel 2, zesde lid is verschuldigd bij de vervanging van de milieupas. 8.. Belastingbedragen van minder dan € 9 worden niet geheven. 9.. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en achtste lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel