Naar hoofdinhoud
1.. De aanslag dient te worden betaald uiterlijk twee kalendermaanden na de op het aanslagbiljet vermelde dagtekening. 2.. In afwijking van het eerste lid kunnen op verzoek van belastingplichtige de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven met een minimum van twee, indien aan het navolgende wordt voldaan: het totaal bedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen reclamebelasting of andere belastingen moet minder zijn dan het vastgestelde maximumbedrag vermeld in de verordening onroerende-zaakbelastingen van het desbetreffende belastingjaar; de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven. 3.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande leden gestelde termijn.

Rechtspraak bij dit artikel