Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de kruimelgevallenregeling uit artikel 4 van Bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) komen te vervallen. De kruimelgevallenregeling (opgenomen in bijlage 1) was een lijst van gevallen waarmee met toepassing van de reguliere voorbereidingsprocedure van 8 weken (met eenmalige verlenging van 6 weken) van het bestemmingsplan kon worden afgeweken. Hierbij ging het om kleine afwijkingen van het bestemmingsplan. Bekende voorbeelden zijn een vergunning voor een bijbehorend bouwwerk of het tijdelijk afwijkend gebruiken van gronden.
Met de kruimelgevallenregeling kon dus redelijk eenvoudig medewerking worden verleend aan kleine afwijkingen van het bestemmingsplan (reguliere procedure van 8 weken, geen uitgebreide ruimtelijke onderbouwing, ander legestarief). Dit vertaalde zich ook in lagere kosten voor de initiatiefnemer.
Onder de Omgevingswet kan voor een activiteit die in strijd is met de regels uit het omgevingsplan een omgevingsvergunning worden verleend voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: BOPA). Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een BOPA geldt onder de Omgevingswet standaard de reguliere procedure van 8 weken. Dit geldt voor zowel de kleine als de grote BOPA’s. Daarmee is de noodzaak voor de kruimelgevallenregeling vervallen. Er is nu geen wettelijk onderscheid meer tussen kleine en grote afwijkingen van het omgevingsplan.
De gemeente kan er bij het maken van het omgevingsplan voor kiezen om de voormalige kruimelgevallen geheel of gedeeltelijk als binnenplanse vergunningplicht in het omgevingsplan op te nemen. Daarmee wordt voorkomen dat de voormalige kruimelgevallen moeten worden aangemerkt als een BOPA.
De gemeente zal niet op korte termijn al over één nieuw omgevingsplan beschikken. Daarom is het wenselijk om, ter overbrugging naar een nieuw omgevingsplan, voor de categorieën van gevallen uit de voormalige kruimelgevallenregeling die vaak worden aangevraagd een beleid op te stellen. Hiermee wordt vooraf voor iedereen duidelijk onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend aan kleine afwijkingen van het omgevingsplan.
Dit beleid zorgt voor een snellere doorlooptijd van een aanvraag en voor uniformiteit. Ook biedt het rechtszekerheid, omdat vooraf duidelijk is onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend aan een kleine afwijking van het omgevingsplan. Bovendien kan dit beleid een praktisch houvast bieden voor te maken keuzes in de legesverordening. Hierbij kan worden gedacht aan onderscheid in tarieven voor kleine en grote BOPA’s.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Aanleiding
Onderdeel van Beleidsregel kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gemeente Bergen (L)