Het omgevingsplan is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet het planologisch regime waaraan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en verzoeken worden getoetst. In het omgevingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zo staat hierin bijvoorbeeld aangegeven waar kan worden gebouwd, met welke afmetingen en hoe percelen en gebouwen mogen worden gebruikt.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikt de gemeente van rechtswege over een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijk omgevingsplan bestaat uit ruimtelijke plannen zoals de voormalige bestemmingsplannen en bruidsschatregels die vanuit het Rijk aan gemeenten zijn overgedragen. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijk omgevingsplan en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan.
Wanneer een activiteit in strijd is met de regels in het omgevingsplan, kan met een omgevingsvergunning voor een BOPA worden afgeweken van het omgevingsplan. Er zijn twee varianten BOPA:
een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen;
een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor een BOPA is geen verplichting, maar een bevoegdheid van het bevoegd gezag (het college van burgemeester en wethouders).
Voor de BOPA gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De beoordelingsregels staan in de artikelen 8.0 - 8.0e van het Bkl. Het bevoegd gezag mag een omgevingsvergunning voor een BOPA alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl). Hiervan is bijvoorbeeld geen sprake wanneer de activiteit in strijd is met de omgevingsvisie, programma’s of ander relevant gemeentelijk beleid.
Op grond van artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan het bestuursorgaan toekomende bevoegdheid, zoals de bevoegdheid om af te kunnen wijken van het omgevingsplan.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.3
Wettelijk kader
Onderdeel van Beleidsregel kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit Gemeente Bergen (L)