**1..** De privacybeheerder is bevoegd de instructies op te stellen die noodzakelijk zijn op het gebied van gegevensverstrekking en voor andere werkzaamheden met betrekking op de BRP, voor zover hier privacyaspecten aan de orde zijn.
**2..** De privacybeheerder is bevoegd tot het geven van aanwijzingen aan de functionarissen belast met het verstrekken van gegevens uit de BRP.
**3..** De privacybeheerder is bevoegd om de applicatiebeheerder aanwijzingen te geven over de toepassing van de bepalingen bij of krachtens de Wet BRP en dit Reglement, bij een verzoek van een medewerker van een binnengemeentelijke afnemer om toegang te krijgen tot de BRP-gegevens via de inzageapplicatie en hiervoor de relevante informatie op te vragen.
**4..** De privacybeheerder is bevoegd om te beslissen op een verzoek van een medewerker van een binnengemeentelijke afnemer om toegang te krijgen tot de BRP-gegevens via de inzageapplicatie.
**5..** De privacybeheerder is bevoegd om de gebruikers aanwijzingen te geven voor zover hier privacyaspecten aan de orde zijn.
**6..** De privacybeheerder heeft toegang tot alle in de BRP opgenomen gegevens ten behoeve van de uitvoering van zijn in dit Reglement beschreven taken. Hij mag deze toegang gebruiken voor de uitvoering van de andere publieke taken waarvoor hij is aangewezen, voor zover het gebruik van persoonsgegevens daartoe noodzakelijk is.