Artikel 4.5.5.1 Werkwijze aanmeldingsprocedure maatschappelijke opvang
Belanghebbende of verwijzer dient een (schriftelijke) melding voor een maatschappelijke opvangvoorziening in bij de centrale toegang maatschappelijke opvang;
Aan de hand van de toelatingsvoorwaarden en weigeringsgronden in de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en de zelfredzaamheidmatrix beoordeelt de medewerker of de belanghebbende toegelaten kan worden tot de opvangvoorziening en welke opvangvoorziening het meest passend is, zoals is bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning. In de regio de Meierij en Bommelerwaard wordt gewerkt met een Netwerk Opvang en Wonen (NOW) dat lokale toegangsmedewerkers ondersteunt bij het verlenen van deze toegang. De toegangsmedewerker brengt de casus in indien hij/zij de belanghebbende in een opvangvoorziening buiten de eigen gemeente wil plaatsen en/of deze de situatie als complex ervaart en gebruik wil maken van de expertise van de tafel om tot een goede beoordeling te komen. De NOW toegangstafel MO geeft de lokale toegangsmedewerker een zwaarwegend advies voor de besluitvorming;
Indien de belanghebbende op basis van de toelatingsvoorwaarden en weigeringsgronden kan worden toegelaten tot de opvangvoorziening, maar er geen beschikbare plaatsen binnen de instelling beschikbaar zijn, zal de belanghebbende op de wachtlijst voor de opvangvoorziening worden geplaatst. Indien de centrale toegang maatschappelijke opvang en de instelling van mening zijn dat de wachttijd leidt tot onwenselijke situaties, hebben zij de inspanningsverplichting om andere passende opvang te zoeken en te zorgen voor een warme overdracht.
Artikel 4.5.5.2 Werkwijze aanmeldingsprocedure vrouwenopvang
Belanghebbende of verwijzer dient een (schriftelijke) aanvraag voor de vrouwenopvang in te dienen bij de instelling voor vrouwenopvang, zijnde Maatschappelijke Opvang Den Bosch;
De instelling beoordeelt, zo spoedig mogelijk na het ontvangen van de aanvraag, binnen de kaders van de toelatingsvoorwaarden en weigeringsgronden, zoals opgenomen in deze beleidsregels, of de belanghebbende toegelaten kan worden tot de vrouwenopvang, zoals is bedoeld in de Verordening maatschappelijke ondersteuning;
Indien de belanghebbende op basis van de toelatingsvoorwaarden en weigeringsgronden kan worden toegelaten tot de opvangvoorziening, maar er geen beschikbare plaatsen binnen de instelling beschikbaar zijn, zal de belanghebbende op de wachtlijst voor de opvangvoorziening worden geplaatst. Indien de instelling van mening is dat de wachttijd leidt tot onwenselijke situaties, heeft zij de inspanningsverplichting om andere passende opvang te zoeken en te zorgen voor een warme overdracht.
Artikel 4.5.5.3 Algemene toelatingsvoorwaarden en weigeringsgronden
Voor de toelating tot de maatschappelijke opvang of vrouwenopvang worden de volgende algemene toelatingsvoorwaarden gehanteerd:
Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit, of houdt als vreemdeling rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
De regio Meierij en Bommelerwaard en voor de vrouwenopvang ook regio Maasland en Land van Cuijk, is de regio waarbinnen de kans op herstel van de belanghebbende het grootst is, zoals is verwoord in artikel 4.5.5.6 van deze Beleidsregels;
De belanghebbende is niet in staat, zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk, dan wel met gebruikmaking van de algemene voorzieningen zich te handhaven in de samenleving.
Belanghebbende komt niet in aanmerking voor de opvangvoorziening indien:
Belanghebbende zodanig ondersteuning nodig heeft bij het uitvoeren van alledaagse levensverrichtingen, waaronder persoonlijke verzorging en het verrichten van basale huishoudelijke taken, dat die persoon niet door de instelling begeleid kan worden;
Belanghebbende een fysieke of zintuigelijke beperking heeft waardoor de opvangvoorziening niet of onvoldoende toegankelijk is;
Er bij aanmelding duidelijke indicaties bestaan voor dominante verslaving of psychiatrische problematiek die niet door de instelling begeleid kan worden en/of belastend is voor het samenwonen binnen de voorziening;
Belanghebbende ernstig verstandelijk beperkt is en daardoor binnen de instelling niet adequaat begeleid kan worden;
Belanghebbende niet akkoord wenst te gaan met de huisregels en de verblijfsvoorwaarden van de opvanginstelling waaronder het meewerken aan een zekerheidsstelling voor de betaling van de eigen bijdrage;
Belanghebbende zich (na toegang tot de voorziening) ernstig misdraagt jegens andere inwoner in de opvangvoorziening of jegens de medewerkers van de instelling.
Belanghebbende de noodzaak tot ondersteuning redelijkerwijs had kunnen vermijden of deze voorzienbaar was zoals bedoeld in artikel 3.2.3 Voorzienbaarheid.
Belanghebbende niet gedurende 3 jaar voorafgaand aan de melding minimaal 2 jaar zijn hoofdverblijf in de regio had, of:
Belanghebbende niet de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk kan aantonen, of:
Belanghebbende geen duurzaam zorgkader heeft in de regio. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van aantoonbare en actuele bekendheid met een specifieke zorgaanbieder in de regio Meierij en Bommelerwaard die voorwaardelijk is om succesvol te kunnen herstellen. In principe geldt dat bij iedere voorgenomen plaatsing in verblijfzorg in onze regio vanuit een andere regio, voorafgaand aan het traject de afspraak wordt gemaakt dat de persoon na uitval of afronding traject terugkeert naar betreffende regio.
Artikel 4.5.5.4 Productomschrijving en specifieke aanvullende toelatingsvoorwaarden per voorziening
Vrouwenopvang
Belanghebbende komt in aanmerking voor vrouwenopvang indien:
Belanghebbende een vrouw is in de leeftijd van 18 jaar en ouder al dan niet met kinderen;
Belanghebbende geen veilig onderdak meer heeft ten gevolge van:
geweld in huiselijke kring;
geweld in afhankelijkheidsrelaties;
eergerelateerd geweld;
mensenhandel.
Dag- en nachtopvang
Er zijn geen aanvullende toelatingsvoorwaarden voor de dag- en nachtopvang. Dit is een algemene voorziening.
Opvang met intensieve zelfstandigheidstraining
Uitgangspunt is een verblijf van 9 maanden waarbij verlenging mogelijk is met 3 maanden. Belanghebbende komt in aanmerking voor opvang met intensieve zelfstandigheidstraining indien:
Belanghebbende 18 jaar en ouder is al dan niet met kinderen;
Er een langere observatieperiode nodig is voor beoordeling van de problematiek en de zorg-/hulpvraag van de belanghebbende;
Belanghebbende onvoldoende zelfredzaam is, onvoldoende woonvaardigheden heeft en/of te ver van de maatschappij af staat om zelfstandig te kunnen wonen.
Belanghebbende mannelijk is en vanuit mensenhandel opgevangen dient te worden.
Jongerenopvang
Uitgangspunt is een verblijf van 9 maanden waarbij verlenging mogelijk is met 3 maanden. Belanghebbende komt in aanmerking voor de jongerenopvang indien:
Belanghebbende tussen de 18 en 23 jaar is.
Belanghebbende onvoldoende zelfredzaam is, onvoldoende woonvaardigheden heeft en/of te ver van de maatschappij af staat om zelfstandig te kunnen wonen.
Kleinschalige opvang
Uitgangspunt is een verblijf van 6 maanden waarbij verlening mogelijk is met 3 maanden. Belanghebbende komt in aanmerking voor kleinschalige opvang indien:
Belanghebbende werk of daginvulling (bv. studie) heeft of in staat is zelfstandig of met lichte begeleiding aan werk/daginvulling te komen binnen één maand;
Belanghebbende voldoende zelfredzaam is en voldoende woonvaardigheden heeft om zelfstandig op kamers te wonen.
Woon-werktrajecten
Uitgangspunt is een verblijf van maximaal één jaar. Belanghebbende komt in aanmerking voor een woonwerktraject indien:
Belanghebbende geen (duurzaam) werk heeft, maar wel in staat is om te werken, hiervoor gemotiveerd is of hiervoor gemotiveerd kan worden.
Belanghebbende intensieve begeleiding nodig heeft om aan werk te komen en te behouden.
Belanghebbende voldoende zelfredzaam is en voldoende woonvaardigheden heeft om zelfstandig op kamers te wonen.
Artikel 4.5.5.5 Vaststelling en innen eigen bijdrage en registratie
De eigen bijdrage wordt vastgesteld en geïnd conform de Verordening maatschappelijke ondersteuning. De centrale toegang maatschappelijke opvang geeft toelatings- of afwijzingsbeschikkingen af aan de belanghebbende voor alle opvangvoorzieningen. Uitzondering hierop is de algemene voorziening dag- en nachtopvang. De afgegeven beschikkingen worden door de centrale toegang maatschappelijke opvang geregistreerd. De centrale toegang maatschappelijke opvang registreert het aantal aanvragen, het aantal afgegeven toelatingsbeschikkingen en het aantal afwijzingsbeschikkingen alsmede de motivatie voor afwijzingen. In de toelatingsbeschikking is opgenomen voor hoeveel maanden iemand toegang krijgt tot de opvangvoorziening. Twee weken voor het aflopen van de beschikking wordt de belanghebbende opnieuw besproken als verlenging wenselijk is.
Artikel 4.5.5.6 Landelijke toegankelijkheid
Maatschappelijke opvang
Onderzoek
De toegang onderzoekt wat de woonplaats was van de inwoner voor het ontstaan van dakloosheid. Hiervoor wordt waar nodig ook het Basisregistratie Personen geraadpleegd.
Indien de inwoner, voor het ontstaan van dakloosheid, woonachtig was in een bepaalde gemeente of regio, niet zijnde de regio Meierij en Bommelerwaard en hierover overeenstemming heeft met de bepaalde gemeente of regio kan de regio Meierij en Bommelerwaard de uitvoering van het onderzoek overlaten aan de bepaalde gemeente of regio.
Indien de regio Meierij en Bommelerwaard de woonplaats van de inwoner voor het ontstaan van dakloosheid niet vaststelt of kan vaststellen, dan wel de uitvoering van het onderzoek niet wenst te laten uitvoeren door de gemeente of regio zoals bedoeld in lid 2 voert de regio Meierij en Bommelerwaard het onderzoek uit. Dit geldt ook indien de regio Meierij en Bommelerwaard niet tot overeenstemming komt met de in lid 2 bedoelde gemeente of regio.
Indien de regio Meierij en Bommelerwaard het onderzoek zelf uitvoert, kan zij de in lid 2 bedoelde gemeente of regio verzoeken om informatie ten behoeve van het onderzoek aan te leveren.
De regio Meierij en Bommelerwaard onderzoekt in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel) van de inwoner.
De regio kijkt of er sprake is van regiobinding. Als er geen sprake is van regiobinding, dan kan toelating tot de opvang geweigerd worden. Er is sprake van regiobinding als:
iemand of gedurende 3 jaar voorafgaand aan de melding minimaal 2 jaar zijn hoofdverblijf in de regio heeft gehad, of:
aantoonbaar de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk in de regio heeft; of
sprake is van een duurzaam zorgkader in de regio. Dat wil zeggen dat er sprake is van aantoonbare en actuele bekendheid met een specifieke zorgaanbieder in de regio Meierij en Bommelerwaard die voorwaardelijk is om succesvol te kunnen herstellen. In principe geldt dat bij iedere voorgenomen plaatsing in verblijfszorg in onze regio vanuit een andere regio, voorafgaand aan het traject de afspraak wordt gemaakt dat de persoon na uitval of afronding traject terugkeert naar betreffende regio.
De regio Meierij en Bommelerwaard betrekt bij dit onderzoek in elk geval of de inwoner (dreigende) dakloosheid redelijkerwijs niet kon voorzien en/of door andere beslissingen had kunnen voorkomen en ze betrekt de wens van de inwoner. Verder dient de regio Meierij en Bommelerwaard ook in elk geval bij het onderzoek te betrekken:
Of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting vergroten, zoals een sociaal netwerk welke een positieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner, en/of bestaand werk en/of groepsbegeleiding en/of onderwijs van de inwoner en/of lopende hulpverlenings- of ondersteuningstrajecten.
Of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting verkleinen, zoals een sociaal netwerk welke een negatieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner en/of actuele criminele activiteiten van de inwoner en/of maatregelen die opgelegd zijn aan de inwoner.
Indien, gedurende het onderzoek, blijkt dat een traject in de maatschappelijke opvang mogelijk of waarschijnlijk in een andere gemeente of regio de grootste kans van slagen heeft, dan betrekt de regio Meierij en Bommelerwaard deze gemeente bij het onderzoek.
Het onderzoek, zoals bedoeld in lid 3, wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen 2 weken uitgevoerd, tenzij er redenen zijn, buiten de invloed van het college, die dit onmogelijk maken.
De uitkomsten van het onderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksplan.
Indien de regio Meierij en Bommelerwaard, conform lid 2, de uitvoering van het onderzoek overgedragen heeft aan een bepaalde gemeente of regio, dan vergewist de regio Meierij en Bommelerwaard zich van de uitkomsten van het onderzoek.
Overdracht van inwoner en inwonergegevens
Indien de regio Meierij en Bommelerwaard, op grond van het in artikel 4.5.5.6. a bedoelde onderzoek, van oordeel is dat de kans van slagen van een traject groter is in een andere gemeente of regio, dan neemt de regio Meierij en Bommelerwaard- in overleg met de inwoner - contact op met die andere gemeente of regio.
Deelt de andere gemeente of regio het oordeel, zoals bedoeld in lid 2, dan vindt de overdracht van de inwonergegevens én de inwoner onverwijld plaats. Dit tenzij met de andere gemeente of regio wordt overeengekomen dat het bijdraagt aan de kans van slagen van een traject, dat deze overdracht later plaatsvindt.
Tot aan het moment van daadwerkelijke overdracht van de inwoner blijft de regio Meierij en Bommelerwaard maatschappelijke opvang bieden, dan wel andere maatregelen treffen om op een andere wijze te voorzien in de behoefte van de inwoner aan maatschappelijke opvang.
De regio Meierij en Bommelerwaard draagt bij de overdracht alle noodzakelijke informatie over de inwoner, waaronder het onderzoeksverslag, over aan de andere gemeente of regio, in overleg met de inwoner.
De regio Meierij en Bommelerwaard maakt met de andere gemeente of regio en de inwoner concrete afspraken over:
De datum van overdracht;
Welke aanbieder de inwoner maatschappelijke opvang, dan wel andere ondersteuning die in de behoefte van de inwoner aan maatschappelijke opvang voorziet, zal bieden in de andere gemeente of regio;
Hoe het vervoer van de inwoner en eventuele reisbegeleiding plaatsvindt.
Indien de inwoner weigert medewerking te verlenen aan de in lid 2 bedoelde overdracht, kan het college overgaan tot weigering van de aanvraag tot een voorziening maatschappelijke opvang.
Verschil van mening tussen regio’s
Bij verschil van mening tussen de regio Meierij en Bommelerwaard en de andere gemeente of regio over de vraag welke gemeente of regio verantwoordelijk is voor het bieden van maatschappelijke opvang aan de inwoner spant de regio Meierij en Bommelerwaard zich maximaal in om tot een oplossing te komen.
Indien de regio Meierij en Bommelerwaard én de andere gemeente of regio niet tot een oplossing komen, kan het geschil voorgelegd worden aan de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid.
In afwachting van het oordeel van de in het tweede lid genoemde commissie blijft de regio Meierij en Bommelerwaard maatschappelijke opvang bieden, dan wel op andere wijze voorzien in de behoefte van de inwoner aan maatschappelijke opvang.
Het college volgt in het geschil het oordeel van de in het tweede lid genoemde commissie.
Vrouwenopvang
De vrouwenopvang maakt onderdeel uit van een landelijk opvangstelsel. Dat wil zeggen dat inwoners en kinderen, die wegens veiligheidsredenen niet in hun eigen regio kunnen worden opgevangen, in een andere regio moeten worden opgevangen. Hiervoor moet voldoende capaciteit aan opvangplekken beschikbaar zijn. Gemeente ’s-Hertogenbosch is centrumgemeente voor de vrouwenopvang-regio Noordoost Brabant. In het landelijk beleidskader in-, door- en uitstroom crisisopvang & opvang in acute crisissituaties van slachtoffers huiselijk geweld in de vrouwenopvang (2016) is afgesproken dat iedere centrumgemeente minimaal 2 opvangplaatsen beschikbaar heeft voor acute crisissituaties. Centrumgemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van de benodigde capaciteit die nodig is voor een goede werking van het landelijke stelsel.