Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt vast of de ouder/verzorger: een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking heeft en in welke mate daardoor kinderopvang noodzakelijk is, of; een kind heeft waarvoor kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling en in welke mate hiervoor kinderopvang noodzakelijk is. 2.. Het college stelt de noodzaak voor kinderopvang als bedoeld in het eerste lid vast met een sociaal medisch advies van een door het college aangewezen onafhankelijk sociaal medisch adviseur als bedoeld in artikel 7. 3.. Er wordt geen sociaal medisch advies opgevraagd, als een onafhankelijke deskundige als bedoeld in artikel 7, tweede lid, naar het oordeel van het college voldoende schriftelijk heeft aangetoond dat sprake is van ernstige sociaal-medische problematiek die kinderopvang noodzakelijk maakt. 4.. Als er sprake is van een voorliggende voorziening, ziet het college af van de vaststelling van de noodzaak van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie. 5.. Het college kan gemotiveerd afwijken van het sociaal medisch advies, als dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk wordt geacht. 6.. Het college kan periodiek een herindicatie uitvoeren van personen als bedoeld in artikel 2. De herindicatie vindt plaats volgens de bepalingen in deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel