In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Motorvoertuigen: alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen met uitzondering de brommobiel, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen;
Parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;
Gehandicaptenparkeerkaart: een parkeerbewijs met speciale rechten voor gehandicapte weggebruikers. Op de gehandicaptenparkeerkaart wordt met een hoofdletter B aangegeven of het een gehandicapte bestuurder betreft en een hoofdletter P of het een gehandicapte passagier betreft. Een combinatie van beide is mogelijk;
Bestuurder: degene die het motorvoertuig bestuurt;
Passagier: een inzittende die niet actief deelneemt in het verkeer;
Gereserveerde Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken: een parkeerplaats aangeduid met het verkeersbord E6 uit bijlage I van het RVV 1990 met een onderbord met het kenteken van het motorvoertuig zoals hieronder is weergegeven;
voorbeeld: E6 met kenteken
CROW: Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de grond, wateren, wegenbouw en Verkeerstechniek.
Artikel 1
Begripsbepaling
Onderdeel van Beleidsregels Gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken