In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. inrichting: elke al of niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen tijdelijk de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft;
b. houder: degene die een inrichting exploiteert, dan wel daarin de feitelijke leiding heeft.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf
Artikel 2:35
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Beuningen 2024