De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:
besluiten of procedures die zijn gericht op beëindiging van de activiteiten van de
subsidieontvanger, dan wel op ontbinding van de rechtspersoon;
aanmerkelijke verschillen, waarmee in ieder geval afwijkingen van 20% of meer worden bedoeld, tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten, en de begrote
uitgaven en inkomsten, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;
wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
andere inkomsten die kunnen worden aangewend voor de financiering van een activiteit;
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat gemaakte afspraken voortvloeiende uit een tussen gemeente en subsidieontvanger gesloten uitvoeringsovereenkomst niet kunnen worden verwezenlijkt;
overige wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor de subsidieverlening en de hoogte van de subsidie.
Wijzigingen in de statuten, de stichtingsakte, het reglement en in de samenstelling van het bestuur van de subsidieontvanger worden op zijn laatst aan het college gemeld bij de eerstvolgende verantwoording.