Naar hoofdinhoud
De volgende bepalingen betreffende de wijze van meten zijn op de onderhavige beleidsregels van toepassing. Tenzij anders bepaald, worden de waarden in m of m2 uitgedrukt en op de volgende wijze gemeten: afstanden loodrecht, hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven, en maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven. Bij de toepassing van het tweede lid, aanhef en onderdeel b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is. NB3. Voor zover deze bepalingen geen of onvoldoende uitkomst bieden, gelden aanvullend de bepalingen ter zake de wijze van meten zoals opgenomen in het omgevingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel