Naar hoofdinhoud

Artikel 4,

Uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk

Onderdeel van Beleidsregels planologische kruimelgevallen van de gemeente Laarbeek 2024

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, de oppervlakte niet meer dan 150 m² is. Artikel 4 lid 1, Specifieke beleidsregels met betrekking tot dit artikel binnen de bebouwde kom: Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en het bouwen of uitbreiden van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen (bijbehorende bouwwerken) aan de achterzijde en aan de zijgevel geldt dat: tenzij het omgevingsplan een geringere afstand toestaat, aan- en uitbouwen en bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dienen te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) bij een hoofdgebouw mag, bij bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 250 m2 maximaal 150 m2 bedragen, met dien verstande dat ten hoogste 60% van het bouwperceel bebouwd mag worden en dat oprichting moet plaatsvinden binnen het bouwvlak en de aanduiding ‘bijgebouwen’ zoals opgenomen in het omgevingsplan. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van het bepaalde in artikel 4, lid 1, sub a, voor het bouwen of uitbreiden van aan- en uitbouwen en bijgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens, mits: De belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; De verkeersveiligheid niet in het geding komt; Er geen eigen parkeerplaats op eigen erf verloren gaat; Er vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren bestaan. Voor uitbreiding van de hoofdmassa van de woning aan de voorzijde geldt in afwijking van het omgevingsplan dat een luifel en een erker aan elkaar gekoppeld mogen worden, waarbij de gezamenlijke breedte niet meer mag bedragen dan maximaal 75% van de breedte van het hoofdgebouw. Voor uitbreidingen van overige gebouwen, niet zijnde woningen geldt dat indien een dergelijk geval zich voordoet burgemeester en wethouders per geval zullen bekijken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen, indien een goede integrale afweging in een specifieke situatie dit zou eisen. Artikel 4 lid 2, Specifieke beleidsregel met betrekking tot dit artikel buiten de bebouwde kom: Voor het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan wordt, gelet op de mogelijkheid om op basis van artikel 22.36 van de bruidsschat in het omgevingsplan 50 m2 vergunningsvrij te bouwen, vastgehouden aan de regeling zoals deze in het omgevingsplan is opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel