**1..** Het college kan besluiten om een inburgeringsplichtige in aanmerking te laten komen voor een persoonlijk inburgeringsbudget indien:
de inburgeringsplichtige werkzaam is bij een werkgever, én;
de werkgever de inburgeringsplichtige, als bedoeld in onderdeel a, taallessen aanbiedt op de werkvloer in de vorm van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (duaal) en deze laat verzorgen door een ander inburgeringsbedrijf dan waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten; én
de voorziening naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II of het afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; én
het inburgeringsbedrijf dat het programma verzorgt, gecertificeerd is om inburgeringsprogramma’s aan te bieden; én
de werkgever, danwel het inburgeringsbedrijf:
alle gegevens verstrekt die noodzakelijk zijn voor de gemeente om de voorziening administratief in te regelen;
de gemeente ten minste elk kwartaal actief informeert over relevante ontwikkelingen met betrekking tot de voortgang van de inburgeringsplichtige;
zich inspant om de inburgeringsplichtige, de verplichtingen die hij jegens de gemeente heeft in het kader van de wet inburgering, te laten nakomen.
**2..** Na vaststelling van de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget door het college, sluit het college een overeenkomst af met de werkgever, danwel met het betreffende inburgeringsbedrijf.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Den Haag 2010