Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te
gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan,
als:a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de
weg;b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand.
Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare
orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
aanzien van terrassen en uitstallingen.
Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
in het eerste lid gestelde verbod.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor
het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid,
onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. evenementen
als bedoeld in artikel 2:24;b. standplaatsen als bedoeld in
artikel 5:19.
Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de
Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5
Artikel 2:10
Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2010