In deze paragraaf wordt verstaan onder:a. inrichting: een voor het
publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang
alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet, handelingen en
werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel
inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk
verkeer wordt aangeduid als een smartshop of growshop; het gaat hier
zowel om groothandels- als om detailhandelszaken.b. exploitant: de
natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun
gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt
geëxploiteerd.c. leidinggevende: de exploitant alsmede andere
natuurlijke personen, die algemene of onmiddellijke leiding geeft
aan de exploitatie van de inrichting.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 8
Artikel 2:34a
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemeen Plaatselijke Verordening gemeente Hilvarenbeek 2010