De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;
vlaggen, vlaggenstokken of sierlampen;
luifels, erkers, kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoek), overstekende balkons, uitbouwen, zonneschermen, overbouwingen en dergelijke onderdelen van bouwwerken;
bloemen- of plantenbakken;
voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen maatschappelijk belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden;
voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige maatschappelijke buurtactiviteiten georganiseerd door lokale verenigingen;
reclameobjecten indien de gemeente terzake reeds op grond van de verordening reclamebelasting, reclamebelasting heft.
Artikel 4
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de precariobelasting onderdeel terrassen 2025.