Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Verplichtingen subsidieontvanger

Onderdeel van Subsidieregeling BSO+ gemeente Oudewater

1.. Voor de uitvoering van BSO+ gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger: Alle activiteiten die vallen onder BSO+ zijn aanvullend op de reguliere activiteiten en taken die op basis van de Wet Kinderopvang worden uitgevoerd; De subsidieontvanger heeft een aantoonbare zorgstructuur rondom de BSO+ georganiseerd en is verantwoordelijk voor het monitoren van het welbevinden en de ontwikkeling van de kinderen op de BSO+. Een pedagogisch coach en/of orthopedagoog is altijd betrokken bij de BSO+; De subsidieontvanger stelt voldoende capaciteit beschikbaar om kinderen de juiste ondersteuning te bieden; Indien er sprake is van een op zichzelf staande plusgroep wordt afgeweken van de reguliere beroepskracht-kind ratio. Het uitgangspunt is 2 pedagogisch medewerkers op 6 tot 8 kinderen. In overleg met de accounthouder van de gemeente Oudewater kan hiervan worden afgeweken (bijvoorbeeld als een andere leidster-kind passender is bij de locatie, het personeel en/of de doelgroep); Minimaal één van de pedagogisch medewerkers op de plusgroep is minimaal HBO geschoold met kennis over- of ervaring met de specifieke doelgroep. Wanneer vacatures door omstandigheden niet tijdig kunnen worden ingevuld door een HBO geschoolde kracht dan kan, na overleg met de accounthouder van de gemeente Oudewater, tijdelijk te weten maximaal 3 maanden, van deze eis worden afgeweken. Subsidieontvanger maakt aantoonbaar dat de keuze geen invloed heeft op de kwaliteit van de ondersteuning geboden op de groep en geen negatieve gevolgen heeft voor de inzet en belastbaarheid van de andere medewerkers op de groep; Aanmelding voor de BSO+ verloopt via Stadsteam Oudewater. Over de wijze van afstemming tussen BSO+ en het Stadsteam Oudewater worden gezamenlijk afspraken gemaakt tussen subsidieontvanger en Stadsteam Oudewater, zoals beschreven in onderdeel g van dit artikel; In de periode voorafgaand aan de start van de looptijd worden voor BSO+ locatie concrete samenwerkingsafspraken opgesteld met het Stadsteam en andere samenwerkingspartners, zoals de jeugdgezondheidszorg en school. Deze afspraken worden minimaal jaarlijks geëvalueerd. In deze samenwerkingsafspraken wordt ten minste opgenomen: de doelgroep en toeleiding: welke kinderen zijn passend op de specifieke BSO+ en welke kinderen niet? Hoe, wanneer en tussen welke partijen vindt afstemming plaats voorafgaand aan de plaatsing van een kind op de plusgroep of de inzet van extra begeleiding. Wanneer kinderen niet passend zijn voor de BSO+; hoe worden zij verder ondersteund bij de zoektocht naar alternatieven? Wie zijn betrokken bij dit proces en hoe wordt dit bepaald?; de monitoring rondom de ondersteuningsvraag van de kinderen; of uitstroom naar reguliere vormen van opvang mogelijk is en/of er meer ondersteuning nodig is voor het kind en/of gezin; samenwerking met partners en ouder(s)/verzorger(s): of er tussentijds (structureel) contact/overleg is tussen samenwerkingspartners, waarover dit contact/overleg gaat en hoe ouder(s)/verzorger(s) hierin worden meegenomen. De subsidieontvanger verantwoordt in de tussen- en eindrapportage en accountgesprekken over ten minste: (verwacht) aantal unieke kinderen, (verwacht) aantal dagdelen per jaar, het bereiken van de juiste doelgroep, het bereikte aantal kinderen, het gemiddelde aantal bezette kindplaatsen per kind per jaar, de bezetting en personele capaciteit van de groep, financiële resultaat en de samenwerking met partners; De subsidieontvanger werkt actief samen met het Stadsteam en andere relevante partijen in de wijk om kinderen en gezinnen samen te ondersteunen; De subsidieontvanger geeft minimaal éénmaal per kalenderjaar een terugkoppeling aan subsidieverstrekker over hoe de cliënten van de BSO+ de BSO+ ervaren. De subsidieontvanger werkt actief aan bekendheid van de BSO+ in de wijk en zoekt actief aansluiting bij SBO en SO scholen, het samenwerkingsverband primair onderwijs, het Stadsteam, de aanvullende jeugdhulppartijen, de kinderopvangpartijen en andere relevante partijen in de wijk. De subsidieontvanger onderhoudt op proactieve wijze contact met de subsidieverstrekker bij ontwikkelingen/veranderingen/keuzes die (mogelijk) gevolgen hebben op de verleende subsidie en/of de kwaliteit van de geboden diensten. Hieronder vallen: veranderingen in groepsgrootte (afwijkend van het voorspelde aantal bezette kindplaatsen); veranderingen en/of ontwikkelingen in het aantal geboden groepen (afwijkend van het voorspelde aantal groepen); veranderingen en/of ontwikkelingen als het gaat over de locatie van de geboden diensten; keuzes die afwijken van de in deze subsidieregeling genoemde eisen en voorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel