Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Definities

Onderdeel van Verordening havengelden Krimpenerwaard 2025

In deze verordening wordt verstaan onder: aanlegplaats: wateroppervlak dat bestemd is voor het tijdelijk afmeren van een vaartuig met de daarbij behorende voorzieningen die het afmeren mogelijk maken; dagdeel: een aaneengesloten van meer dan twee uur met een maximum van zes uur; dag: een aaneengesloten periode van meer dan zes uur met een maximum van 24 uur; haven: het voor de openbare dienst bestemde, uit land en water bestaande gemeentelijk gebied (zoals aangegeven op de in de bijlagen behorende bij deze verordening opgenomen kaarten), met werken en voorzieningen ten behoeve van het vervoer over water, het meren van vaartuigen of het laden, lossen of opslaan van goederen; havenmeester: degene die als zodanig door het college van burgemeester en wethouders is aangewezen, alsmede diens vervanger; kalenderjaar: een aaneengesloten periode van twaalf maanden die begint op 1 januari en eindigt op 31 december; korte stop: een aaneengesloten periode van maximaal twee uur; lengte: de grootste lengte van de romp gemeten van de voorkant tot de achterkant van het achterste deel van het vaartuig; meetbrief: document als bedoeld in artikel 4 eerste lid van de Meetbrievenwet; meren: het vastmaken van vaartuigen aan de daartoe bestemde middelen, onverschillig of die middelen eigendom van de gemeente of derden zijn, of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn vastgemaakt; oppervlakte: het product van de grootste lengte en breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende geldige meetbrief of ambtshalve wordt vastgesteld als geen meetbrief wordt overgelegd of als deze niet de vereiste gegevens vermeldt; passagiersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk ingericht is of wordt gebruikt voor beroepsmatig vervoer van personen; pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding niet zijnde een passagiersschip; reservering: het vrijhouden van een aanlegplaats voor een aaneengesloten periode; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt; vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen en/of goederen en/of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, zoals een werkvlot, ponton, elevator, drijvende kraan, sleep- of duwboot, bok, zandzuiger en baggermolen, alsmede balken, stammen, palen en vlotten die in het water worden vervoerd; vaste ligplaats: wateroppervlak bestemd om gedurende langere tijd eenzelfde pleziervaartuig te kunnen laten afmeren of ten anker te leggen; verplaatsing: de in volumen uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig tussen het vlak van de grootste toegelaten diepgang en het vlak van inzinking van het ledige vaartuig, volgens een geldige meetbrief; week: een aaneengesloten periode van meer dan vier dagen met een maximum van zeven dagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel